Tagoror  

Encyclopedie




Zeus

In de Griekse mythologie is Zeus de oppergod, die heerste vanaf de berg Olympus. Volgens de Griekse sagen en mythen was hij een zoon van Cronus (Lat. Saturnus) en Rhea, twee van de twaalf Titanen, de machtige zonen en dochters van Uranus, de hemelgod. Cronus was de opvolger van Uranus.

Table of contents
1 De oppergod
2 Strijd van Zeus en Cronus
3 Zeus en de Giganten
4 Hera en andere vrouwen
5 Zonen en dochters
6 Kunst

De oppergod

De betekenis van zijn naam (Indo-Europees *Djev = stralende, verwant met Latijn dies = dag) duidt op een verwantschap met de verering van het heldere uitspansel; Zeus’ meest wezenlijke functie is die van hemelgod. De natuur en al haar verschijnselen waren aan hem onderworpen. Hij slingerde de bliksems, verzamelde de wolken en dreef ze uiteen; regen en sneeuwval werden door hem veroorzaakt. Daarom golden allerlei hoge bergen als zijn verblijf: de Ida op Kreta, de Lycaeus in Arcadië, maar de meest bekende is de Olympus in Thessalië. De adelaar, (oorspronkelijk symbool van de bliksem), was zijn heilige vogel, de eik zijn heilige boom, zijn schild was de aegis. Door bliksems, donderslagen, regenboog en de vlucht van vogels gaf Zeus voortekenen aan de mens.

Al vroeg, wellicht reeds in de Myceense tijd (ca. 1600 tot ca. 1100 v.C.), werd hij de centrale figuur van het Griekse pantheon en stelde hij de overige goden op de achtergrond. Naar het voorbeeld van hoofden van aanzienlijke geslachten op aarde stelde men Zeus voor als het hoofd van de godenfamilie. Zijn familie had ook hun verblijf op de Olympus en ze gehoorzaamden hem. Zo werd Zeus niet slechts de bevestiger van de harmonie in de natuur, maar vooral ook van de maatschappelijke orde. Koningen en vorsten ontleenden hun macht aan Zeus en waren aan hem verantwoording schuldig. Hij was de raadgevende god, de beschermer van de volksvergadering en handhaver van de eed. Ook het gezin stond onder zijn hoede: als Zeus Herkeios (= Beschermer van de hof) had hij een altaar op de binnenplaats van de woning. Vooral gasten en vreemdelingen stonden onder zijn bescherming.

Strijd van Zeus en Cronus

Zeus groeide op bij bergnimfen op Kreta. Hij was als enige zoon ontsnapt aan Cronus' vraatzucht, die was opgewekt door een orakel dat voorspelde dat een van zijn zonen hem eens van de troon zou stoten. Om dit te voorkomen verzwolg hij al zijn kinderen. Maar de verdrietige Rhea wist de geboorte van Zeus geheim te houden en zij verborg hem in een verafgelegen, donkere grot op Kreta. Daar dronk hij melk van de geit Amaltheia en brachten de bijen hem honing. Adrasteia en Ida, dochters van Melisseus, verzorgden hem. Ook de priesters van die streek, de Cureten, hielpen mee de jonge god te beschermen. Ze bewaakten de grot en als hij huilde sloegen ze hard op hun wapenrusting, zodat de goden hem niet zouden horen.

Toen Zeus als volwassen man zijn vader met zijn bestaan confronteerde en van hem eiste dat hij zijn verslonden, maar onsterfelijke kinderen weer terug zou geven, ontbrandde een zware strijd om de macht. Het ging tussen Zeus enerzijds en Cronus met de meeste Titanen anderzijds. Zeus bevrijdde de Cyclopen en de honderarmige reuzen (de Centimani) uit Cronus' gevangenis in de Tartarus en verzekerde zich op die manier van hun hulp. Ook de Titanen Oceanus, Tethys en Themis stonden Zeus terzijde. Hij slingerde zijn belangrijkste wapen, de door de Cyclopen gemaakte bliksemschichten, van de Olympus naar beneden en bleef dat net zolang doen tot hij de overwinning had behaald. Zo verkreeg Zeus heerschappij over de wereld.

Maar Zeus was de kwaadste niet: hij deelde na zijn overwinning de macht met zijn teruggekeerde broers. Poseidon kreeg de macht over de zee en Hades over de onderwereld. Zelf bleef hij de hemeltroon bezetten.

Zeus en de Giganten

Een tweede verschrikkelijke strijd om de macht ontbrandde toen oermoeder Gaea van de Aarde niet langer kon aanzien hoe een aantal van haar kinderen in de onderwereld gevangen werden gehouden; Zeus had hen niet vrijgelaten omdat zij hem vijandig gezind waren geweest. Zij stimuleerde de Giganten om de strijd om de hemelheerschappij voor haar met hem aan te binden. Toen braken deze reuzen, vreselijke monsters met geschubde drakenstaarten, met veel geweld uit de onderwereld los en trokken woest en opgetogen naar de bergen van Thessalië.

Het was alle hens aan dek in de godenwereld. Iris riep alle hemelingen bijeen en riep zelfs de hulp in van de geesten van de gestorvenen. Alle elementen werden geschud: de hemel donderde en de aarde beefde. Iedere god nam op zijn wijze aan de strijd deel: Phoebus Apollo schoot pijlen af, Hephaestus slingerde gloeiende kolen naar de monsters, Poseidon vocht met zijn drietand, de Moiren (godinnen van het noodlot) zwaaiden met knotsen, Heracles vocht moedig mee en Zeus zelf slingerde zijn verzengende bliksemschichten opnieuw naar beneden. En uiteindelijk, hoewel de reuzen in hun woede hele bergen losrukten en op elkaar stapelden, won Zeus de strijd en werd hij voorgoed en onbetwist heerser van het heelal, als Opperste in de kring der goden.

Hera en andere vrouwen

Zeus' gemalin was de godin Hera, de oudste dochter van Cronus. Tot haar grote woede en verdriet werd Zeus echter dikwijls getroffen door de pijlen van de god van de eeuwige liefde Eros, en kon hij de liefde voor andere vrouwen niet weerstaan. Hera was zeer jaloers en trachtte op allerlei manieren Zeus van zijn amoureuze escapades te weerhouden, maar vaak tevergeefs: hij had ten minste negen relaties met godinnen en veertien met sterfelijke vrouwen uit de mensen. Hij verwekte bij hen tientallen kinderen. De lieftallige Europa verleidde hij zelfs door zichzelf in een stier te veranderen en vervolgens te ontvoeren.

Zonen en dochters

Zeus' dochter, de godin van de liefde en de schoonheid Aphrodite steeg op uit het schuim van de zee. Hera schonk hem Hephaestus, de god van de smeedkunst, die de macht van het vuur wist te temmen. Bij Leto, een dochter van de Titaan Coeüs, kreeg Zeus twee kinderen: Phoebus Apollo, de god van welvaren en ordening, beschermheer van de wet en van alles wat goed en schoon is in de natuur en bij de mensen, en Artemis, een beschermende en heilbrengende godin van de natuur. Beiden waren zij ongehuwd. Zeus' zoon Heracles werd op aarde geboren. Tenslotte was daar Pallas Athene, Zeus' lievelingsdochter, de godin van de wijsheid, want zij was uit zijn hoofd ontsproten. Zij was daarom een machtige en wijze leidster en beschermvrouw van staten en steden in oorlog en vrede.

De godin Iris was de boodschapster, door wie de communicatie tussen goden en mensen verliep. Hermes was eveneens boodschapper van de goden. Hij escorteerde de geesten van gestorvenen naar Hades.

Kunst

In de beeldende kunst wordt Zeus veelal voorgesteld als een waardig en vorstelijk man met weelderige baard en haardos. In oudere voorstellingen draagt hij een krans van eikenbladeren, later een lauwerkrans. Tot zijn attributen behoren, al naar gelang de functie waarin hij wordt uitgebeeld, een scepter, een offerschaal, een adelaar of een kleine Nikè, een bliksemschicht en een wereldbol.

Het beroemdste beeld van Zeus was in de oudheid het zittende beeld uit goud en ivoor (beschouwd als een van de zeven wereldwonderen, bekend van enkele munten en door een beschrijving van Pausanias; verloren gegaan) dat Phidias maakte voor zijn tempel te Olympia, zie beeld van Zeus te Olympia.




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.