Vooral in de zomerperiode, maar soms ook in de winter, gaan onweersbuien soms vergezeld van windhozen. Een windhoos is een wervelwind (een snel draaiende kolom lucht) die vaak als een trechtervormige slurf onder een onweerswolk zichtbaar is. De hoos trekt met de bui mee en laat door wind en grote luchtdrukverschillen een spoor van vernielingen achter. Soms bevat de windhoos objecten die tijdens de tocht over het aardoppervlak zijn opgezogen. De zichtbare slurf bestaat net als een wolk uit waterdruppeltjes. De windsnelheden bij een windhoos kunnen zeer lokaal oplopen tot enkele honderden kilometers per uur en de passage van een hoos gaat gepaard met een enorm lawaai. Een kleinere versie van de winhoos is de stofhoos.
De kans dat een gebied in noordwest-Europa wordt getroffen door een zware windhoos, ook wel tornado genoemd, is echter maar heel klein. Zware windhozen, die grote schade aanrichten zijn hier heel zeldzaam en het gebied waarin ze optreden is meestal niet groter dan een smalle baan van twee tot enige tientallen kilometers lengte en enkele honderden meters breedte.
De ergste windhozen van de laatste tientallen jaren in Nederland met dodelijke slachoffers traden op bij Chaam en Tricht (1967), Ameland (1972), Moerdijk (1981) en Ameland (1992). Gemiddeld enkele malen per jaar veroorzaken minder zware windhozen zeer plaatselijk een enorme ravage. Vaak worden zware windstoten, die ook veel schade aanrichten, aangezien voor windhozen. Of werkelijk sprake is geweest van een hoos kan in de regel pas achteraf worden vastgesteld aan de hand van verslagen van ooggetuigen en de aard van de schade.
Windhozen zijn vrijwel niet te voorspellen, maar wel kunnen ze alleen optreden bij bepaalde weersomstandigheden. De verschillen in temperatuur en vochtigheid tussen de lucht aan het aardoppervlak en op grote hoogte in de atmosfeer moeten heel groot zijn. Bovendien moet op zo'n 10 kilometer hoogte een zeer sterke wind staan (straalstroom). Dan ontstaan de enorme buienwolken die hozen kunnen bevatten. In de nazomer en het najaar ontstaan de meeste buien boven de relatief warme zee of het IJsselmeer. Hozen die bij buien boven water optreden en het land niet bereiken worden waterhozen genoemd.
Onweersbuien kunnen behalve windhozen ook catastrofale valwinden veroorzaken. Het is soms onduidelijk welk deel van de schade aan wervelwinden was toe te schrijven. De kenmerkende slurf is ook niet altijd goed te zien. De schade van de ramp bij Borculo op 25 augustus 1925 kwam grotendeels door valwinden. Op 1 juni 1927, was bij Neede sprake van een tornado van klasse 4, waarbij tien doden vielen. Bijna even krachtig was de tornado op 23 augustus 1950 die een spoor van 46 kilometer lengte trok met vooral schade aan de bossen van de Veluwe. Slachtoffers vielen er toen niet.
Ernstiger waren de gevolgen op 25 juni 1967, toen Oostmalle, Chaam en Tricht werden getroffen. Er vielen zeven doden waaronder vijf in een woonwijk in Tricht. Minder zware windhozen (klasse 2) zijn in de twintigste eeuw minstens dertig keer voorgekomen. Ook die waren in staat schade aan te richten aan gebouwen, kassen en bomen. Een relatief recent voorbeeld is de windhoos die op 9 september 1998 dwars door Deventer trok en vooral bomen trof.
De schadeklasse zegt niet alles over het gevaar. In een caravan of tent is men kwetsbaarder dan in een gebouw. Zo waren er zowel op 11 augustus 1972 als op 17 augustus 1992 op Ameland slachtoffers te betreuren toen een windhoos over een camping trok. Op 6 oktober 1981 kwamen bij Moerdijk zeventien mensen om toen hun vliegtuig een vleugel verloor en neerstortte. Dit gebeurde in de omgeving van een windhoos, die aan de grond nauwelijks schade aanrichtte.
Externe links
De tekst op deze pagina, of een oude versie daarvan, is overgenomen van de website van het KNMI. De oorspronkelijke tekst is te vinden op http://www.knmi.nl/voorl/nader/windhoos.htm en http://www.knmi.nl/voorl/nader/eeneeuwwindhozen.htm.