Tagoror  

Encyclopedie




Werkwoord

Een werkwoord is in de taalkundige ontleding in de grammatica een woord dat een actie aangeeft.

Table of contents
1 Verbuiging
2 Vervoeging
3 Tijden
4 Gebiedende wijs
5 Oude werkwoordsvormen
6 Onregelmatige werkwoorden
7 Overgankelijkheid

Verbuiging

In de Nederlandse taal wordt een werkwoord verbogen; hiermee wordt aangegeven of het werk wordt gedaan (het onderwerp genoemd) door degene die het werkwoord gebruikt (de eerste persoon), degene tegen wie het werkwoord gebruikt wordt (de tweede persoon), of een ander of iets anders (de derde persoon). Ook bestaat er een verschil of het onderwerp enkelvoudig of meervoudigig is. Samen leveren deze (twee maal drie) zes verbuigingsvormen.

eerste persoon
enkelvoud
ik speelspeel ik?
tweede persoon
enkelvoud
jij speeltspeel jij?
derde persoon
enkelvoud
hij of zij speeltspeelt hij of zij?
eerste persoon
meervoud
wij spelenspelen wij?
tweede persoon
meervoud
jullie spelenspelen jullie?
derde persoon
meervoud
zij spelenspelen zij?

De meervoudsvormen voor eerste, tweede en derde persoon zijn identiek, en gelijk aan de vorm die we de infinitief ofwel hele werkwoord noemen. De vorm voor de eerste persoon enkelvoud wordt ook wel stam genoemd.

Er is in het Nederlands geen verbuiging naar het geslacht van het onderwerp. Wel wordt in de tweede persoon enkelvoud een verschil gemaakt tussen de vormen waarin het onderwerp zich voor of achter het werkwoord bevindt, zoals aangegeven in de tabel.

Vervoeging

Naast de verbuiging wordt een werkwoord ook vervoegd. Hiermee wordt de tijd uitgedrukt waarin de actie zich afspeelde. Voor de vorm waarin het werkwoord staat, zijn drie tijden van belang: de werkwoordsvorm voor de infinitief, de vorm voor de verleden tijd enkelvoud, en de vorm van het voltooid deelwoord. Wanneer men deze drie vormen van een werkwoord kent, kan men in het Nederlands alle gebruikelijke tijden uitdrukken.

Er worden twee verschillende soorten werkwoorden onderscheiden: zogenaamde sterke werkwoorden en zwakke werkwoorden. Zwakke werkwoorden hebben in tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooid deelwoord dezelfde klank. Sterke werkwoorden hebben in verleden tijd en voltooid deelwoord andere klanken dan in de tegenwoordige tijd. Bovendien eindigt het voltooid deelwoord van een sterk werkwoord op de letters en, en een zwak werkwoord op d of t.

werkenwerktegewerkt
spelenspeeldegespeeld
slapensliepgeslapen

Zie ook de lijst van sterke werkwoorden.

Voor de zwakke werkwoorden eindigt de verleden tijd op de of te, corresponderend met de laatste letter van het voltooid deelwoord. Er is een hulpmiddel om dit voor alle zwakke werkwoorden te kunnen afleiden, dit heet 't kofschip. Zie ook Nederlandse spelling (D en T).

Tijden

onvoltooid/voltooid

tegenwoordig/verleden

wel/niet toekomende tijd

In combinatie 8 tijden.

Gebiedende wijs

speel! of speelt! naar gelang enkelvoud of meervoud. De laatste vorm komt tegenwoordig in de praktijk niet meer voor.

Oude werkwoordsvormen

Aanvoegende wijs: leve de koningin.

Onregelmatige werkwoorden

Naast de gewone sterke en zwakke werkwoorden zijn er een aantal veel voorkomende werkwoorden die in de taal zo zijn versleten dat hun verbuiging en vervoeging met geen enkele regel kan worden beschreven. Zulke werkwoorden worden onregelmatige werkwoorden genoemd. Voorbeeld is het werkwoord zijn, waarvan de verbuigingen zijn: ik ben, jij bent, hij/zij is, wij zijn, jullie zijn, zij zijn. Andere onregelmatige werkwoorden zijn hebben, willen, zullen en kunnen.

Overgankelijkheid

simple:Verb



Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.