Tagoror  

Encyclopedie




Volleybal

Volleybal is een balsport waarbij het speelveld is verdeeld in twee gelijke helften gescheiden door een net. De beide teams bevinden zich ieder op hun eigen helft en proberen door het slaan of tikken tegen de bal deze op het tegenoverliggende deel van het speelveld binnen de lijnen de grond te doen raken. Wie het eerst een afgesproken aantal punten (meestal 25) heeft behaald wint de set. Wie het eerst een afgesproken aantal sets (meestal 3) heeft gewonnen wint de wedstrijd.

Op de zijkanten van het net, precies boven de zijlijn, zijn twee antenne's geplaatst. Een bal die naar het speelveld van de tegenstander wordt gespeeld moet tussen deze antenne's door gaan.

In de oorspronkelijke variant, het gewone zaalvolleybal, bestaat ieder team uit zes personen en meet het veld 9 bij 18 meter.

In de loop der tijd zijn er een aantal varianten ontstaan waaronder zitvolleybal, minivolleybal en beachvolleybal.

Table of contents
1 Zaalvolleybal
2 Puntentelling

Zaalvolleybal

Afmetingen van het speelveld: 9 bij 18 meter
Hoogte van het net: 243 cm voor heren en 224 cm voor dames
De volleybal:
 
Belangrijkste regels:
  1. het balcontact moet kort zijn (te beoordelen door de scheidsrechter) en de bal mag met ieder deel van het lichaam worden gespeeld.
  2. Een speler mag de bal slechts één keer tegelijk aanraken, behalve bij het blokkeren.
  3. Elk team mag maximaal drie keer balcontact achter elkaar hebben, met uitzondering van de blokkering.
  4. Het net en de antenne mogen niet worden aangeraakt, behalve als het spel daardoor niet gehinderd of beinvloed wordt.
  5. Een lichaamsdeel van een speler mag het speelveld van de tegenstander niet raken. De middenlijn hoort bij beide speelvelden. Voor de voet geldt dat de gehele voet over de lijn moet zijn om als fout beoordeeld te kunnen worden.
  6. Een team scoort een punt door de bal het veld van de tegenstander te doen raken (binnen de lijnen) of doordat een tegenstander een fout maakt.
  7. Zodra een team een punt scoort krijgt dat team in de volgende rallye het recht van opslaan (ook wel serveren genoemd)
  8. Het team dat de opslag naar zich toe haalt rouleert kloksgewijs ëën plaats.
  9. Voor aanvang van een nieuwe rally mag een speler worden gewisseld. Ieder team heeft per set recht op maximaal zes wissels. Een speler die is uitgewisseld mag voor diezelfde speler weer worden ingewisseld maar mag daarna niet weer worden gewisseld. In totaal zijn dit dan dus twee wissels van de maximaal toegestane zes.
  10. Ieder team heeft in elke set recht op twee time-outs van dertig seconden.
  11. Tussen twee sets is een pauzes toegestaan van maximaal 3 minuten.

Puntentelling

Er worden binnen de Nederlandse competitie twee soorten puntentelling toegepast:
  • Het Rally Point Systeem (RPS)
    Dit systeem is enige jaren geleden ingevoerd om het spel aantrekkelijker te laten verlopen. Het komt er op neer dat iedere rallye resulteert in een punt voor een van beide teams. De set eindigt als een team 25 punten heeft behaald en minstens twee punten meer heeft dan de tegenstander. Een eventuele vijfde set gaat tot 15 punten met twee punten verschil.
  • Het reguliere puntentellingsysteem (het oude systeem).
    Hierbij kan alleen het team dat de serve heeft een punt scoren.Een set eindigt bij 15 punten met twee punten verschil.

Het spel

Wanneer een team de bal op de grond van de tegenstander krijgt, de bal door de tegenstander buiten de lijnen wordt geslagen, of er een fout wordt gemaakt die wordt bestraft door de scheidsrechter, krijgt het de opslagbeurt. Die duurt totdat de tegenstander scoort.

De bal wordt in het spel gebracht door de serveerder door middel van een opslag of serveerslag vanachter de achterlijn: de bovenhands geslagen opslag of de sprongservice. Op recreatieniveau wordt ook wel de onderhandse opslag gebruikt. De opgeslagen bal moet over het net op het veld van de tegenstander belanden. Een vrij nieuwe regel is dat wanneer de bal wel het net raakt, maar er overheen gaat, het spel gewoon doorloopt. Een van de veldspelers van de ontvangende partij vangt de geserveerde bal met naast elkaar gestrekte onderarmen op. In het hedendaagse volleybal mogen deze ook ' bovenhands ' gespeeld worden. Gewoonlijk wordt de bal doorgespeeld naar een spelverdeler of naar een passer. Komt de bal op de grond, wordt hij buiten de lijnen of in het net geslagen of fout geretourneerd, dan gaat de opslagbeurt naar de tegenstander, ongeacht de wijze van puntentelling.

De spelverdeler, een speler met een goede techniek en een uitstekend spelinzicht, staat in het midden voor het net, of zorgt dat hij of zij daar komt te staan na de opslag. Die speelt de bal meestal door naar een van de twee aanvallers aan weerszijden, de set-up (opzet) genoemd. Deze kan op verschillende manieren worden uitgevoerd, maar omdat de bal niet in de hand mag worden genomen gebeurt dat alleen met de vingertoppen. De aanval kan door het midden, langs de flanken of diagonaal gebeuren. Er bestaan zes verschillende aanvalstechnieken.

De aanvaller die de opzet krijgt toegespeeld tikt of slaat de bal over het net naar de grond. Meestal wordt de smash toegepast, een harde klap met de vlakke hand, waarbij het balcontact zo kort mogelijk moet zijn. Soms kan of moet de bal getikt worden, bijvoorbeeld als de opzet niet goed is voor een smash, of als de aanvaller over de verdediging heen wil spelen.

De verdediging moet de bal van de grond zien te houden en doet dat gewoonlijk door een blok te vormen: een, twee of drie spelers springen tegelijk en naast elkaar met gesprekte armen en handen op, om de tegenstander te beletten de bal over het net heen te slaan/tikken. De kunst is om op het juiste moment en precies tegelijkertijd te springen, en natuurlijk op de plek waar de bal geslagen wordt. Blokkeren kan aanvallend zijn, waarbij de bal direct terug gaat naar het veld van de tegenpartij, of verdedigend, waarbij de bal zoveel mogelijk wordt vertraagd zodat deze door een teamgenoot makkelijker kan worden gespeeld.

Als een bal het blok passeert dient deze door de verdedigers in het achterveld te worden verdedigd. Dit levert vaak spectaculaire acties op met snoekduiken en zijwaartse rollen. De enige jaren geleden geintroduceerde libero is een specialist in dit soort verdeigende acties.

Gewoonlijk zitten trainer/coach, reservespelers en andere teamleden tegenover de hoofdscheidsrechter. Als de trainer/coach dat nodig vindt mag hij/zij een time-out aanvragen. De trainer maakt met zijn handen een T-teken, de scheidsrechter blaast af en er kan met de spelers worden overlegd. Een time-out kan simpelweg een tactische manoeuvre zijn om de vaart uit het spel van de tegenstander te halen, en/of nodig zijn om aanwijzingen aan de eigen spelers te geven. Een time-out duurt 30 seconden en mag per set en per team driemaal worden aangevraagd.

Wedstrijden en competities

In Nederland wordt volleybal beoefend van recreatie- tot profniveau. Tienduizenden amateurs in Nederland en België spelen wekelijks gewestelijke en landelijke competitiewedstrijden.

Het hoogste niveau is de Eredivisie en daaronder volgen, op nationaal niveau, de eerste en tweede divisie.
Op regionaal niveau, dus per district georganiseerd, komen hieronder de derde divisie, de hoofdklasse en eerste tot en met vierde klasse.
Promotie- en degradatie gaat in deze volgorde.

Op professioneel niveau heeft het Nederlandse volleybal vooral bij de mannen de laatste 15 jaar een enorme sprong gemaakt. Al zo'n tien jaar draait het Nederlandse mannenvolleybalteam mee in de wereldtop.

Het begon met het Bankrasmodel, waarbij een aantal van de beste spelers van de landelijke competitie onder leiding van trainer Arie Selinger in een paar jaar tijd via dagelijkse trainingen in de Amstelveense sporthal Bankras werden klaargestoomd voor het grote werk. Dat resulteerde in een zilveren medaille op de Olympische Spelen van 1992. Na die Spelen nam Joop Alberda de leiding over en in 1996 won het oranjeteam goud op de Olympische Spelen in een zinderende finale tegen aartsrivaal Italie. Na dat hoogtepunt haakten de trainer en een aantal van de beste en meest ervaren spelers af, waarna een wat minder succesvolle periode onder leiding van Toon Gerbrands volgde. Intussen is een verjongd team onder trainer Bert Goedkoop bezig aan een nieuwe opmars, die bij de spelen van 2004 tot goede resultaten moet leiden.

De Internationale Volleybalfederatie organiseert World League wedstrijden (wereldcompetitie in poule-wedstrijden). In 2002 speelden de mannen de finaleronden in Brazilië, van 12-18 augustus. Deelnemers aan de finale: Brazilië, Polen, Italië, Spanje, Rusland, Nederland, Joegoslavië en Frankrijk. Winaar:

Competities

Wereldkampioenschappen 2002

De
WK Volleybal voor vrouwen jaargang 2002 vond plaats van 30 augustus tot 15 september in Duitsland. Deelnemende landen waren Duitsland, Cuba, Rusland, Brazilië, China, Verenigde Staten, Korea, Italië, Japan, Nederland, Argentinië en Australië.

De WK voor mannen 2002 werd gehouden in Argentinië, van 28 september tot 3 oktober.
Deelnemende landen: Argentinië, Australië, Brazilië, Joegoslavië, China, Canada, Cuba, Nederland, Italië, Rusland, Kroatië, Tsjechië, Tunesieë, Verenigde Staten, Griekenland, Frankrijk, Spanje, Bulgarije, Japan, Venezuela, Portugal, Kazachstan, Egypte en Polen.

Basisspelers:

  • spelverdelers: Nico Freriks, Dirk-Jan van Gendt, Joost van der Hoek, Erik Siebers
  • passer/loper: Reinder Nummerdor (aanvoerder), Guido Görtzen, Jochem de Gruijter, Allan van der Loo, Robert Horstink, Joram Maan
  • middenaanvaller: Mike van de Goor, Sander Olsthoorn, Joppe Paulides, Dennis van der Veen, Michiel van der Kuip
  • diagonaalaanvaller: Richard Schuil, Wytse Kooistra; evt. ook Joram Maan en Robert Horstink
  • libero: Joost Kooistra

Nog uit te werken:
  • arbitrage
  • zitvolleybal
  • beachvolleybal
  • Verschilende types spelers c.q. specialismen

Externe links:



Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.