Vesta was de Romeinse haardgodin. Zij werd vereenzelvigd met de Griekse Vestia. Haar naam betekent 'fakkel'. In feite is Vesta het haardvuur zelf. Ze was ook godin van het huiselijke welzijn. Samen met de penates, de 'goden van de voorraadkamers', beschermde zij de Romeinse families en de staat. Ze zag toe op de voorbereidingen van de maaltijd. Ze was de beschermvrouwe van de bakkers. De Romeinen beschouwden het sterrenbeeld Steenbok als een voorstelling van Vesta. In de Romeinse mythologie worden Ops en Saturnus genoemd als haar ouders. Het teken van Vesta was een schematische vorm van een altaar, met hierop twee brandende vlammen. Het altaar had de vorm van de letter pi, die in de sekte van de Pythagoreeërs een belangrijke magische betekenis had.
Vesta werd geëerd als Romes Eerste Moeder. Zij werd aanvankelijk afgebeeld als een vlam of met een vlam. Haar haar en haardracht verwijzen naar haar rang. Onder haar troon liggen een bepaalde hoeveelheid tarwe en een brood. Volgens Cicero werd zij als eerste en als laatste aangeroepen in de gebeden en offerrituelen, omdat ze de beschermster was van het 'meest innerlijke'. Volgens Pythagoras was het vuur van haar tempel het centrum van de aarde.
Haar tempel is gebouwd op de Palatijnse heuvel. en andere naam voor Vesta was Diva Palatua, 'Vrouw van de Palatijnse tempel'. Vesta's betekenis was niet alleen van belang voor de huiselijke kring, maar ook voor de staatscultus. De Vestaalse maagden hielden in het atrium Vestae bij het Forum een eeuwig vuur brandend, een eredienst die van belang was voor de hele gemeenschap. Het Vestaalse vuur mocht nooit doven; dit zou catastrofale gevolgen hebben voor de staat. In Vesta's tempel werd het palladium bewaard, een oud beeld van Pallas, dat de stad Troje beschermde. Zie verder Vestaalse maagden voor de details van Vesta's eredienst.
De eerste versie van deze pagina is afkomstig van http://www.nissaba.nl/godinnen/beschrvz.htm, auteur Els Geuzebroek. Overgenomen met toestemming.