Tagoror  

Encyclopedie




Verband tussen armoede en gezondheid

Armoede en gezondheid: welk verband is er?

Er zijn op de wereld 840 miljoen mensen verstoken van geneeskundige zorgen. In de minst ontwikkelde landen haalt een op de drie inwoners de veertig niet. Jaarlijks overlijden 17 miljoen mensen aan geneeslijke ziektes bij gebrek aan hulp, onder wie 12 miljoen kinderen beneden de 5 jaar. Tegen 2010 zullen 40 miljoen kinderen hun ouders of hun moeder aan aids hebben verloren. Het mag duidelijk zijn dat de situatie in België veel beter is, maar dit betekent niet dat de gezondheidsproblemen van armen in België of Vlaanderen te verwaarlozen zijn. (Kruithof, 2001)

Table of contents
1 Verschil in gebruik van gezondheidsvoorzieningen en verschillen in gezondheid tussen de verschillende socio-economische klassen
2 Gezondheidspromotie en Gezondheidspromotie in Vlaanderen voor kansarmen

Verschil in gebruik van gezondheidsvoorzieningen en verschillen in gezondheid tussen de verschillende socio-economische klassen

Verschil in gebruik van gezondheidsvoorzieningen

Het Matteüseffect

Door de ondertekening van de 'Verklaring van de Rechten van de Mens', kort na de Tweede Wereldoorlog, beloofde België aan zijn burgers de nodige sociaal-economische rechten ter beschikking te stellen voor iedereen die het nodig heeft. Gezondheid is, net zoals onderwijs en huisvesting, een deel van deze rechten. Iedereen zou voortaan in gelijke mate van deze sociale voorzieningen kunnen genieten, inkomen zou niet langer een rem zijn. Om dit te garanderen organiseerde de staat deze voorzieningen zelf of subsidieerde ze deze, zodat ze gratis of aan een zeer lage prijs konden worden aangeboden.

Maar na een tijdje bleek dat het vooral de hogere-en middeklasse was/is die van deze diensten geniet, de lage klasse viel/valt uit de boot. (Huysbrechts, J. De overheid als herverdeler, in: Deleeck ea. , Het Matteüseffect, Kluwer Antwerpen, 1983, p5). Dit komt doordat er een scheve verdeling bestaat in de overheidsuitgaven. Deleeck heeft het in dit opzicht over het Matteüseffect. Het betekent dat sociaal-economische en sociaal-culturele verschillen ervoor zorgen dat de hogere sociale klassen veel meer gebruik maken van de sociale voorzieningen dan de lagere en dus ook een groter deel van de sociale overheidsuitgaven opslokken. Een gevolg hiervan is dat de lagere klassen (die de zorgen veelal dringender nodig hebben dan de hogere) een minder gunstig invloed ondervinden van deze voorzieningen dan de hogere. (Deleeck ea. , Het Matteüseffect. De ongelijke verdeling van de sociale overheidsuitgaven in België, Kluwer Antwerpen, 1983)

Er is hier ook bewijsmateriaal voor: lagere socio-economische groepen gaan meer naar de huisarts, terwijl mensen uit de hogere socio-economische groepen meer naar specialisten gaan, die duurder zijn. De hogere klassen gaan ook veel meer preventief op zoek naar medische hulp dan de lagere klassen. Ook zoeken de hogere klassen wanneer ze zich ziek voelen sneller medische bijstand dan de lagere klassen. De hogere socio-economische bevolkingsgroepen krijgen dus kwantitatief en kwalitatief gezien betere zorgen.

Wat zouden de oorzaken van deze scheve verdeling kunnen zijn?

Er zijn twee soorten oorzaken: socio-culturele en socio-structurele.

Socio-culturele oorzaken
Ten eerste: wat verstaan we onder cultuur? Cultuur is het geheel van waarden, gewoontes en kennis geassocieerd met een specifieke levensstijl die individuen overnemen van de sociale groep waar zij uit voortkomen. (Stoner.J., e.a., 2001,p144) Zowel aan de vraagzijde als aan de aanbodzijde kunnen we oorzaken vinden:

a) De vraagzijde: de vraag naar gezondheidszorgen

  • Dankzij hun kennis, onderwijsniveau hechten de hogere groepen meer belang aan gezondheid, ze herkennen beter de symptomen van ziek zijn en kunnen de ernst van de ziekte beter inschatten ook zien ze het belang van preventie in. Dit alles in tegenstelling tot de armen; die hebben meestal een beperktere medische kennis. Een ander voordeel dat mensen met medische kennis, of kennis in het algemeen, hebben, is dat ze weten dat ze door hun gedrag of door een prestatie hun eigen leven in de hand hebben (interne oriëntatie). Mensen met weinig kennis, waar armen vaak toe behoren, zullen vaak denken dat een mens de omstandigheden waarin hij leeft niet kan veranderen. Ze schrijven veranderingen in hun leven meestal toe aan toeval, geluk en ongeluk (externe oriëntering). Deze groep voelt zich dan ook vaak hulploos, zelf al zijn er objectief gezien mogelijkheden om uit de slechte situatie weg te raken, ze geven de hoop toch bij voorbaat op. Ze voelen zich dus ook erg afhankelijk als ze ziek worden.

  • De communicatievaardigheden van een persoon spelen ook een grote rol: zo zou het best kunnen zijn dat iemand met een hogere opleiding de arts beter begrijpt dan iemand die een lagere opleiding heeft gehad. Uit schaamte zou het kunnen dat de lager geschoolde de arts niet om verduidelijking durft te vragen. Hierdoor gaat veel belangrijke informatie verloren.
  • Omdat niet alle medische kosten worden terugbetaald, zullen weinig kapitaalkrachtigen minder snel een arts raadplegen.
  • Ook is er een zekere sociale drempel: men is verlegen om een arts te raadplegen omdat men bang is voor de reacties van de omgeving. Dit is vooral in wijken waar veel sociale controle is het geval.
  • De armen ondervinden vaak ook nog administratieve drempels, bijvoorbeeld: hoe breng je je mutualiteiten in orde?

b) De aanbodzijde: het aanbod van gezondheidszorg. -De bevolkingsgroepen uit de lagere klassen worden moeilijker bereikt. Zo is bijvoorbeeld de dichtheid van de medische voorzieningen in achtergestelde wijken veel kleiner dan in andere woongebieden. -De verleners van gezondheidszorgen zijn meestal niet arm, waardoor ze de problemen en noden van de armen niet altijd goed begrijpen

Structurele factoren
  • De gezondheidszorg wordt opgezet en gestructureerd door mensen van de hogere klasse. Zij weten niet altijd hoe ze hun gezondheidsbeleid het best aan de noden van de armen kunnen aanpassen.
  • Gezondheidszorg is ook vaak een gevolg van politieke beslissingen, deze beslissingen worden gevormd door wie macht geeft. Omdat armen de nodige macht missen om politieke beslissingen zelf te beïnvloeden, worden ze vaak over het hoofd gezien. (Deleeck, H., The Mattheuseffect inhealth care. A proposed explanation of social inequalities in: Socio-economic inequalities in health. Questions on trends and explanations., The Hague, 1989,p121)

Wat kan worden veranderd?
Zoals eerder al aangegeven gaat de 'meer is beter'- filosofie niet op, aangezien het vooral socio-culturele factoren zijn die de ongelijkheid in stand houden. Wat kan dan wel veranderen?

Verschillen in gezondheid tussen de verschillende socio-economische klassen

Het zal hier gaan over verschillen in gezondheid tussen verschillende socio-economische groepen. Dus, is het zo dat arme mensen een minder goede gezondheid hebben dan mensen die hoger op de maatschappelijke ladder staan?

De feiten voor België

De nationale databank mortaliteit

Deze toont ons gegeven tussen opleidingsniveau, sterfte en armoede. Er moet eerst en vooral worden opgemerkt dat volgende gegevens een verband zoeken tussen opleiding en gezondheid. Maar aangezien zeer veel laag opgeleiden in de armoede zitten en vele armen laag zijn opgeleid, vormen ze toch valabele gegevens voor de paper.

Het eerste dat opvalt is dat de levensverwachting van een 25-jarige man zonder diploma 5,5 jaar lager is dan deze van een 25-jarige man met een diploma hoger onderwijs van het lange type.

Een tweede vaststelling is dat mannen van 25 jaar een gemiddelde levensverwachting hebben van 49,6 jaar waarvan zij gemiddeld 37,5 jaar in goede gezondheid verkeren. Een ongediplomeerde 25-jarige man leeft gemiddeld maar 28,1 jaar in goede gezondheid.

Ook bemerkt de databank een verschil naar levensstijl tussen de hogere en de lagere inkomensklassen:

  • 18,5% van de hoogste inkomensklasse rookt dagelijks, tegenover 27,9% van de laagste inkomensklassen
  • 76,6% van de hoogste inkomens is wekelijks fysiek actief, tegenover 59,2% van de laagste inkomensklasse. (Vranken, J., ea.2001 p256)

De Belgische Gezondheidsenquête van 1997

Het vertelt ons dat voor een derde van de Belgische huishoudens de kosten voor medische voorzieningen moeilijk te dragen zijn. 8% van de huishoudens heeft in het jaar voorafgaand aan de enquête een medische consultatie of de aankopen van geneesmiddelen moeten uitstellen. Bovendien blijkt dat huishoudens met een gezinshoofd zonder diploma vijf keer vaker medische zorgen uitstellen dan huishoudens met een gezinshoofd met een hogere opleiding. (Vranken, J., ea.2001 p256-297)

Verklaringen voor het gezondheidsverschil

De selectietheorie

Deze theorie vertelt ons dat personen met een slechte gezondheid minder snel op de maatschappelijke ladder zouden stijgen ze zouden zelf dalen. Dus is een minder goede gezondheid de oorzaak van een lagere sociaal-economische status.

Deze selectie doet zich op verschillende tijdstippen in het leven voor:

Men kan ook een onderscheid maken tussen directe en indirecte selectie:
  • Bij directe selectie is daling van sociale positie een rechtstreeks gevolg van een bepaalde gezondheidstoestand.
  • Bij indirecte selectie zijn het vooral de gevolgen van de ziekte die voor sociale mobiliteit zorgt. (Raes,V., 1993, p16-17)

Het causaliteitsmechanisme

Dit mechanisme erkent dat de sociaal-economische positie van een persoon een onrechtstreeks effect heeft op zijn gezondheid. Soorten:

  • Ten eerste zijn er de gedragsmatige factoren zoals rook-, drink-, eet- en sportgewoontes
Zoals uit de Belgische gezondheidsenquête blijkt, zijn er duidelijke verschillen merkbaar tussen de hogere en de lagere socio-economische lagen. De lagere groepen vertonen dus vaker gezondheidschadend gedrag en hebben ook minderen een gezondheidsbevorderend gedrag zoals sport. Voor hogere klassen is dit juist omgekeerd.
  • Ten tweede zijn de omstandigheden waarin iemand woont en werkt van groot belang. Een voorbeeld daarbij is huisvesting: arme mensen wonen vaker in gebieden dat lijdt onder zware luchtvervuiling of ze wonen ook vaak in vochtige huizen; vooral somatogene ziekte zullen hiervan een gevolg zijn. Ook op werkgebied is de situatie van de lagere klasse op de sociale ladder negatief, zo ervaren ze hun werk vaak als monotoon en vinden ze dat ze vaak maar zeer weinig te zeggen hebben over hun eigen werk, zowel sociale als psychologische ziektes zouden een gevolg kunnen zijn.
  • Ten derde zijn er de psychosociale factoren uit het privé-leven: zoals ontslag, echtscheiding of overlijden van de partner; uit onderzoek is gebleken dat het vooral de armere mensen zijn die hier mee te maken krijgen.
  • Bovendien is ook gebleken dat armen minder vrienden hebben, waarop ze in tijden van nood beroep op kunnen doen, wat de psychologische gevolgen en de stress nog meer negatief beïnvloed. (Vranken, J., ea.2001 p256) en . (Raes,V., 1993, p17)

Gezondheidspromotie en Gezondheidspromotie in Vlaanderen voor kansarmen

Gezondheidspromotie

Dankzij de revolutie die de medische wereld van na de Tweede Wereldoorlog kenmerkt, zijn belangrijke infectieziektes overwonnen, zijn de levenskansen vergroot en is de gemiddelde levensduur verlengd. Maar na verloop van tijd bleek dat de overheid de hoge curatieve gezondheidskosten, die deze revolutie met zich meebracht, niet langer kon betalen.

Een bijkomend probleem was ook dat er nieuwe ziektes opdoken, waar de wetenschappers nog geen antwoord op kennen, bijvoorbeeld: aids en welvaartziektes. Sommige welvaartziektes werden ook medeveroorzaakt door de geneeskunde, zoals pillenverslavingen en het overmatig gebruik van antibiotica, wat zorgt voor resistente bacteriën .

Voor de te dure curatieve zorgen en voor de nieuwe probleemziektes zag de overheid een zelfde oplossing, namelijk:preventieve maatregelen. Want voorkomen is beter en goedkoper dan genezen.( Pilling, D., 2001) en (Vranken, J.,ea.2001,p264)

Gezondheidspromotie in Vlaanderen voor kansarmen

Sinds de staatshervorming van 1980 zijn het gezondheidsbeleid en het preventiebeleid bevoegdheden van de gemeenschappen. Dit wordt geregeld in artikel 127 van de grondwet en door de Bijzondere wet van 8 augustus 1980.

De instellingen

Het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie (VIG)

Het VIG werd in 1991 opgericht. Haar belangrijkste functies zijn:

Lokale gezondheidsnetwerken (Logo’s)

De Logo’s werden opgericht in 1998. Er zijn 24 Logo’s in Vlaanderen. Elke Logo is verantwoordelijk voor zijn eigen regio (tussen de 100.000 en de 400.000 inwoners). Zijn belangrijkste functies zijn:

  • De inventarisering van de lokale gezondheidsindicatoren.
  • De coördinatie en bevordering van de samenwerking van regionale en lokale organisaties actief op het terrein van gezondheidspromotie
  • Fungeren als draaischijf voor het uitwisselen van concrete informatie rond acties en initiatieven
  • Zorgen voor de implementatie van efficiënte methodieken en instrumenten voor gezondheidsbevordering binnen hun eigen regio.

  • Ook op vlak van armoede doen ze aan beleid:
    • a) Bekijken welke gevolgen een bepaald op gezondheidsvlak heeft op armen.
    • b) Bij het uitwerken van initiatieven laat men armen meeparticiperen.
    • c) De groeperingen die zich het lot van de arme in de streek aantrekt leren kennen; zo ontstaat overleg met de verschillende actoren om planning en acties op elkaar af te stemmen en zodoende de impact naar de doelgroep te versterken.

Enkele beleidsmaatregels om de socio-economische gezondheidsverschillen terug te dringen

De maximumfactuur

Deze werd op 1 januari 2001 van kracht. Het houdt in dat de kosten die iemand draagt voor terugbetaalbare, essentieel noodzakelijke medische prestaties via een absoluut plafond worden beperkt. Dit plafond wordt bepaald aan de hand van het inkomen: hoe lager het inkomen, hoe lager het plafond.

Het bijzonder solidariteitsfonds

Het heeft als doel tegemoetkomingen te verlenen voor uitzonderlijke en dure verstrekkingen die (nog) niet worden terugbetaald door het ziekenfonds. Het moet wel gaan om een zeldzame aandoening die de vitale functies aantast, want de behandeling is duur. Noodzakelijkheid en doeltreffendheid moeten worden aangetoond.

De zorgverzekering

Iedereen uit Brussel of Vlaanderen zal verplicht worden om zich bij een zorgkas aan te sluiten. Deze zullen er dan voor zorgen dat iedereen die niet meer in staat is om in zijn/haar basisbehoeftes van het dagelijkse leven te voldoen, een zorgcheque krijgt. Hoe meer zorgbehoevend de patiënt is, hoe groter het bedrag van de zorgcheque. De patiënt zal zelf kunnen kiezen welke diensten hij ermee betaald. (Vranken, J., e.a..2001, p272-280)




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.