Tagoror  

Encyclopedie




Vaccin

Een vaccin is een middel dat bij de patiënt een immuunrespons opwekt zonder hem ziek te maken. Hierdoor is de gevaccineerde beter tegen de ziekteverwekker bestand waar het vaccin voor bedoeld is dan zonder de behandeling. De naam vaccin en het werkwoord vaccineren komen van de latijnse naam voor koepokken of vaccinia, waarvan ontdekt werd dat iemand die het had doorgemaakt niet meer vatbaar was voor pokken. Zo kwam Edward Jenner rond 1796 op het idee dat men zich tegen besmetting met pokken kon beschermen door een moedwillige inoculatie (of inenting) met vaccinia.

Er bestaan verschillende soorten vaccins:

  • vaccins die levende verzwakte organismen bevatten (bv sommige poliovaccins)en
  • vaccins bestaand uit (delen van) gedode organismen; de laatste kunnen dan weer
    • uit de echte ziekteverwekker bereid zijn (bijvoorbeeld difterie) of
    • door middel van genetische manipulatie synthetisch zijn bereid (bijvoorbeeld hepatitis B).
Vaccins worden in het algemeen intramusculair of subcutaan als een injectie toegediend; sommige levende vaccins kunnen worden geslikt of in een krasje op de huid worden gewreven. Bij de meeste vaccinaties is na een maand een tweede dosis nodig (boosterdosis), soms na nog enige maanden een derde.

In Nederland worden kinderen gevaccineerd volgens het rijksvaccinatieprogramma, dat inmiddels voorziet in bescherming tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, haemofilus infuenzae type B, meningococcen type C, bof, mazelen, en rode hond; in bijzondere gevallen kan daar nog hepatitis B en/of een vaccinatie tegen de pneumococ bijkomen. Bepaalde risicogroepen worden gevaccineerd tegen tbc. Bejaarden en andere risicogroepen kunnen voorts jaarlijks gratis tegen griep worden gevaccineerd als ze dit wensen.

Van al de vaccinaties die in het rijksprogramma zijn opgenomen is door middel van harde cijfers aangetoond dat ze de kans op de ziekte waar ze tegen bedoeld zijn sterk verkleinen of het beloop veel milder maken, en dat de risico's van de inenting kleiner zijn dan de risico's van de ziekte. Dat wil niet zeggen dat de vaccins allemaal altijd volstrekt ongevaarlijk zijn. Wel dat een patiënt die zich laat vaccineren minder risico's loopt dan een die dat niet wenst. Bij zeer ernstige ziekten (bijvoorbeeld hondsdolheid) zal men meer bijwerkingen van een vaccin accepteren dan bij vaccins tegen ziekten die nagenoeg altijd onschuldig verlopen.

Er is een (kleine) groep mensen in Nederland die er voor opteert hun kinderen niet te laten vaccineren. Dit kan zijn omdat hun religie het niet toestaat, maar er zijn ook mensen die vaccinatie weigeren omdat zij er van overtuigd zijn dat het immuunsysteem weerbaarder wordt door de kinderen de ziekte te laten krijgen. In principe krijgt slechts een kleine groep kinderen complicaties bij een kinderziekte. Dit kan zijn omdat zij een slechte gezondheid hebben en op het moment van ziekworden minder weerbaar zijn. Van de groep mensen die hun kinderen niet op de reguliere manier wensen te vaccineren is er ook een percentage dat de voorkeur geeft aan homeopatische vaccinatie. Deze wijze van vaccineren zou het kind weerbaar maken tegen de ziekte zonder het bloot te stellen aan de (mogelijk) negatieve bijwerkingen van een allopatisch vaccin.

Er is verder een aantal vaccins tegen hier nog niet genoemde ziekten beschikbaar, maar die komen

  1. of in Nederland niet of nauwelijks voor
  2. of zijn onvoldoende werkzaam
  3. of zijn onvoldoende kosteneffectief om voor massavaccinatie in aanmerking te komen.

Bij sterk verhoogde blootstellingskans kan het nuttig zijn geselecteerde groepen mensen tegen andere dan de genoemde ziekten te vaccineren (bijvoorbeeld asielmedewerkers en dierenartsen tegen hondsdolheid).




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.