Vlag van Tsjechoslowakije |
Tsjechoslowakije was een republiek in Midden-Europa, ontstaan uit het uiteenvallen van de Donau-monarchie (Oostenrijk-Hongarije) in 1918 ('19?). Op 1 januari 1993 werd zij (vreedzaam) opgedeeld in Tsjechië en Slowakije. Ze ontstond als staat na het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije, toen men de Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië samen plaatste met de Hongaarse delen Slowakije en Ruthenië (Ruthenië werd in 1939 bezet door Hongarije en dat bleef zo na de oorlog).
Tsjechoslowakije is nooit echt een stabiele staat geweest met een nationaal besef. Adolf Hitler maakte hier handig gebruik van (o.a. van de Duitse minderheid in Sudetenland en het onafhankelijkheidsstreven van Slowakije) om in 1939 Tsjechië te bezetten en toe te voegen aan Duitsland.
Na de oorlog werd de staat Tsjechoslowakije hersteld, en ze kwam snel onder communistische heerschappij, al kende ze een opvallende politieke geschiedenis binnen het oostblok (zie ook de Praagse Lente).
In 1990 werden voor het eerst vrije verkiezingen gehouden sinds de Tweede Wereldoorlog, waarbij de communistische partij massaal werd afgestraft (slechts 14% van de stemmen). Onder leiding van Václav Havel, wordt deze periode gezien als de "fluwelen revolutie".
Met het wegvallen van de dictatuur zagen de Slowaken hun kans schoon om meer autonomie te eisen, want onder het communisme was de federale structuur van Tsjechoslowakije al te vaak een lege doos gebleken. De Slowaken eisten een confederale staatsstructuur, maar kregen een njet van de Tsjechische minister-president Václav Klaus, die de Slowaken voor de keus stelde: ofwel een sterke federatie, ofwel separatisme.
Slowakije verklaarde zich op 17 juli 1992 soeverein, nam op 3 september een eigen grondwet aan en officieel splitste het land op 1 januari 1993. De splitsing werd uitgebreid gevierd in Slowakije, in Tsjechië waren er geen feestelijkheden.