Veel voorkomende bakcodes
- A: eerste klas
- B: tweede klas
- D: bagage
- K: keuken
- P: post
- f: inrichting voor fietsvervoer
- k: koprijtuig
- m: motorrijtuig (oorspronkelijk alleen bij dieseltreinstellen)
- s: stuurstandrijtuig
voorbeeld De treinstellen Plan V op de foto hebben de indeling ABk + Bk. Een dieseltreinstel Plan U heeft de indeling mBDk + B + ABk. Remsysteem
Op treinen wordt de rem pneumatisch (door luchtdruk) bediend. Door de gehele trein loopt de treinleiding van de doorgaande zelfwerkende luchtdrukrem. In elke trein is 1 remkraan in dienst. Deze remkraan houdt de luchtdruk in de treinleiding op 5 bar (overdruk). De remmen van de trein zijn dan gelost. Met behulp van deze kraan kan de machinist de luchtdruk in de treinleiding verlagen, met als gevolg dat de remmen aanslaan. Bij 3,5 bar treinleidingdruk is de maximale remkracht bereikt. Bij breuk in de treinleiding (bij breken van een koppeling van de trein), een noodremming door reizigers of een ingreep van het treinbeïnvloedingssysteem wordt de treinleiding ontlucht, waardoor de complete trein remt.
Bij treinen worden verschillende soorten remmen gebruikt: ;Handrem: Met deze rem kan een aanzienlijke remkracht bereikt worden. Met een een handwiel met wormoverbrenging worden de remmen op enkele assen van het voertuig vastgezet en gelost. Voor algemene invoering van de luchtdrukrem werden treinen handmatig geremd. Met de fluit van de locomotief gaf de machinist aan de remmers, die op elke beremde wagen aanwezig waren, opdracht om de remmen te lossen of vast te zetten. Tegenwoordig wordt deze rem vrijwel alleen als parkeerrem gebruikt. ;Blokkenrem: Een gietijzeren remblok drukt direct op het loopvlak het wiel. De blokkenrem zorgt dat de wielen van de trein ruw worden, waardoor de trein aanzienlijk meer geluid produceert dan een trein met schijfremmen. Voordeel van de blokkenrem is dat het het wiel ruw houdt zodat het minder last heeft van vlakke plaatsen in de herfstperiode. ;Schijfrem: Er zijn aparte remschijven op de wielassen gemonteerd, waarop tijdens het remmen remblokken worden gedrukt. Deze remmethode heeft als nadeel dat de wielen eerder glijden op gladde rails. De remblokken zijn echter lichter en de remwerking bij hoge snelheden is beter dan bij de blokkenrem. ;Elektrodynamische rem: De elektrodynamische rem (ED-rem) zet de kinetische energie om in elektrische energie. Het ED-remmen werkt alleen voldoende bij hoge snelheden. Bij lage snelheden is de ED-rem nemen blokkenremmen of schijfremmen het werk over. De opgewekte energie wordt in remweerstanden omgezet in warmte of teruggevoerd naar de bovenleiding (recuperatie). Bij treinen die op gelijkspanning rijden zoals in Nederland en België is de energiebesparing beperkt: de gelijkrichter in het onderstation kan de opgewekte gelijkspanning niet omzetten in een wisselspanning. De opgewekte energie moet dus gebruikt worden door een (andere) trein in de betreffende bovenleidingsectie, bijvoorbeeld voor treinverwarming. Zijn er geen verbruikers aanwezig, dan wordt de remenergie in remweerstanden omgezet in warmte. ;Magneetrem: Hierbij wordt een magneet op de spoorstaaf neergelaten. De aantrekkingskracht van de magneet veroorzaakt wrijving op de spoorstaaf, waardoor de trein afremt. Magneetremmen worden alleen bij snelremmingen gebruikt omdat de slijtage aan materieel en spoor groot is. De magneetrem kan ook gebruikt worden als parkeerrem. ;Parkeerrem: Deze rem houdt opgesteld materieel op zijn plaats. Bij "Federspeicher"-remmen houdt een veer de remmen vast. Een magneetrem houdt zichzelf op het spoor vast. Een handbediende schroefrem houdt de remmen vast door wrijving in de overbrenging. De handrem wordt vaak als parkeerrem gebruikt.
Zie ook