Speelvarianten
Hierboven is de basis van het toepspel beschreven. Er zijn heel wat verschillende toepspellen te bedenken en veelal gelden huisregels. Zo is het bij sommigen de gewoonte dat je je kaarten mag wisselen als je vier prenten of 3 prenten en een zeven hebt. Ook de zogenaamde 'toep' (4 dezelfde, bijvoorbeeld vier boeren) wordt overal anders gewaardeerd. Verder kan met de 5-kruizenregel gespeeld worden: win je vijf potjes achtereen, dan vliegt degene met het laagst aantal punten (op de speler met vijf kruizen na) eraf. Ook wordt in de ronde waarin armoedespelers tegen elkaar spelen, wel met acht kaarten per persoon gespeeld. Overig
Voorbeeldje van opschrijven van punten:
Jan1 x 2 3 x 4 5 6 7
Piet x 3 x 4 6 8 10
Klaas 1 2 4 6 7 x x x x x
Hein 1 3 4 5 7 10
- Jan is een zogenaamde lijntoeper (of lijnpasser): dwz nooit kijken en dus 2 punten krijgen, alleen zelf kloppen met waterdichte kaarten en winnen.
- Piet is een aanvallende speler, veel kloppen en kijken, risico: veel punten eraan krijgen in 1 potje.
- Klaas is de berekende toeper: past, kijkt en wint uiteindelijk door de 5 kruizenregel.
- Hein is de aanvallende speler zonder geluk, kijkt en klopt veel, maar weet niet te winnen.