Thomas van Aquino (1225 - 1274) was een Italiaanse filosoof, die tot de scholastici gerekend wordt. Thomas van Aquino stamde uit een vooraanstaande familie. Hij trad toe tot de Dominicanen, een bedelorde die een grote werfkracht onder de aanzienlijken, zoals de Cisterciënzers een eeuw vroeger hadden.
Hij was een tijd onder het gehoor van zijn ordegenoot, Albertus Magnus (1206-1280) te Keulen. Hij begon in 1252 zelf te doceren. Hij werkte in Parijs en Italië.
De tijd van Thomas van Aquino
De Rooms-Katholieke kerk was een internationale gemeenschap, die de eerste plaats innam: men was eerst christen en dan pas horige onder koning of graaf. De kerk had zeggenschap over het profane, de tijdelijk orde werd aan die van het geloof ondergeschikt gemaakt.
Thomas van Aquino was de eerste theoloog die onderscheid maakte tussen het goddelijke en menselijke recht, tussen geestelijk en wereldse macht. Hij stelde dat "het goddelijke recht dat op genade gebaseerd is, het menselijke recht dat uit de rede voortkomt niet wegneemt."
In de eerste helft van de 13de eeuw wilden de kerkelijke leiders het christelijke leven verbeteren. Hiertoe moest de zeggenschap van de wereldlijke leiders over de benoeming op kerkelijke posten gestopt worden. Paus Innocentius III bevestigde de overwinning van de Kerk over de wereldse macht. Dit ging gepaard met een opzoeken van de leefwijze van de eerste eeuwen van de kerk:een apostolisch leven van priesters en bisschoppen die verzaakten aan rijkdom en overvloed. Bedelorden die aan het begin van de 13de eeuw ontstonden leverden een bijdrage aan de opleving van de vroomheid in de steden. De vele middelbare scholen in de steden waren van grote betekenis voor de middeleeuwse geestelijke cultuur.
De Renaissance op geestelijk gebied ging gepaard met een sterke opleving van de wetenschap. In korte tijd werden de hoofdwerken van arabische en griekse filosofen en zuiver wetenschappelijk teksten in het Latijn vertaald. Tegen 1200 had men in het westen de vertalingen van de hoofdwerken van Aristoteles, die als de tolk van de natuurlijke orde beschouwd werd.
De kracht van de menselijke rede werd ontdekt: Anselmus opende de deur voor de 'redenerende theologie'. Het groot vertrouwen in de menselijke rede leidde tot de scholastieke methode: een rustige, objectieve benadering waarbij de auteur geheel in dienst staat van het zoeken naar de waarheid. De scholastiek gebruikt gezaghebbende auteurs: in de 'Summa theologiae van Thomas staan 25.000 citaten uit de Bijbel, 2.500 van Augustinus, en 2.500 uit de werken van Aristoteles, naast vele aanhalingen uit Dionysius en andere auteurs.
Bibliografie
Thomas van Aquino schreef onder meer: - bijbelcommentaren
- toelichtingen op de dogmatiek van Petrus Lombardus
- toelichtingen op veel geschriften van Aristoteles
- Tegen de heidenen (Summa contra gentilles)
- Summa theologiae, een synthese, voltooid in 1273.
Hij gebruikte wel materiaal van anderen, maar bouwde een zelfstandig stelsel op dat getuigde van zijn veelzijdigheid en visie. Thomas van Aquino hield denken en geloven zorgvuldig uit elkaar. Hij was er van overtuigd dat denken en geloven niet tegengesteld konden zijn. Zijn stelsel had voor de rede een eigen taak en bood ruimte en vaktermen voor de hele toenmalige wetenschap. Het 'thomisme' werd door Paus Leo XIII tot verplicht onderwerp van de theologische studie.