De belangrijkste Vlaamse pointillistische schilder, uit het neo-impressionisme, was wel Theo Van Rysselberghe. Hij werd te Gent geboren in 1862. Hij was dus 2 jaar jonger dan Ensor. Ze verbleven trouwens samen op de Brusselse Academie, waar J.Portaels een van hun leermeesters was. Verdere verwantschap zal er wel niet te vinden zijn, tenzij dat ze vaak met mekaar over hoop lagen, bij de bekende oprispingen onder Les XX van Octave Maus.
Voor hij naar Brussel trok, had hij al een opleiding genoten aan de Gentse Academie, onder Theo Canneel, leraar, directeur en inspecteur.
In 1883 hoorde hij tot de mede-oprichters van "Les XX". In 1886 zag hij te Parijs "La Grande Jatte" van Seurat en werd er meteen door geïmponeerd. Hij werd bevriend zowel met Seurat als met Signac, de 2 protagonisten van het Franse pointillisme. Samen met zijn tijdgenoten Henry Van De Velde, Willy Schlobach en Georges Lemmen brachten ze deze stijltechniek in België uit.
Van Rysselberghe vestigde zich, in 1898, te Parijs. Hij stierf te Saint-Clair/Fr. in 1926.