 |
Tetanus Tetanus, ook wel kaakklem genoemd, wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani, die algemeen in aarde en straatvuil (vroeger speelde paardenmest hierin een belangrijke rol) voorkomt. De spore van de bacterie kan bij een verwonding in het lichaam komen en zich daar gaan vermenigvuldigen. Dat gebeurt vooral in kleine, diepe wonden, (trappen in een roestige spijker!) omdat de tetanusbacterie het best groeit in een zuurstofarme omgeving. Ook brandwonden zijn vooral in ontwikkelingslanden berucht. De bacterie produceert een zeer krachtige gifstof, het tetanustoxine, die pijnlijke spierkrampen veroorzaakt en snel ook de ademhalingsspieren kan aantasten. De getroffene krijgt hevige onophoudelijke spierkrampen, ook van de kaken en de mimiekspieren en zijn gelaat vertoont hierdoor een pijnlijke grimas, de risus sardonicus, terwijl het lichaam door de rugspieren in een achterover gestrekte boog wordt getrokken, de zgn. opisthotonus. Tetanus loopt zelfs met optimale behandeling nog geregeld dodelijk af. Behandeling bestaat vnl. uit verlamming met aan curare verwante spierverslappers en beademing. Vaccinatie met tetanusvaccin of met DKTP- of DTP-vaccin (dat zoals ook uit de T blijkt tetanusvaccin bevat) biedt volledige bescherming tegen tetanus. De vaccinatie is opgenomen in het Nederlandse Rijksvaccinatieprogramma. In Nederland en België is tetanus - juist door die rigoureus doorgevoerde immunisatiecampagne - gelukkig een zeer zeldzame ziekte geworden; in Nederland worden nog maar enkele gevallen per jaar geregistreerd, vrijwel altijd bij niet-gevaccineerden. In Nederland wordt aanbevolen na de aanvankelijke inenting om de 10 jaar een herinneringsinjectie ('booster') te geven; dit komt er vaak niet van. Bij verwondingen waarvoor men naar de arts moet zal deze daarom in het algemeen een enkele 'booster' geven als de laatste vaccinatie tussen de 5 en 10 jaar geleden is. Is de laatste immunisatie meer dan 10 jaar geleden dan is een nieuwe volledige immunisatie met 3 injecties: 1 ten tijde van de verwonding, 1 na een maand en de laatste na een half jaar, aangewezen. Is de wond daarnaast een 'risicowond' (diep, rafelig, of sterk gecontamineerd met straatvuil) dan zal er in het algemeen naast de (re)vaccinatie een tetanus-antiglobulineinjectie worden gegeven, die direct passieve immuniteit geeft omdat hij tetanus-antistoffen bevat. Het exacte revaccinatieschema zoals hierboven weergegeven wisselt wat met de geraadpleegde bron. Het is niet raadzaam om mensen die zich beroepshalve relatief vaak verwonden (slagers b.v.) bij iedere wond (b.v. om de paar maanden) een herinneringsvaccinatie te geven omdat hierdoor dan zelfs weer desensibilisatie kan ontstaan. Een tetanusvaccinatie beschermt alleen tegen tetanus en heeft niets te maken met de kans op wondinfectie, zoals nog wel eens wordt gedacht. Bron De tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van Postbus 51
|
 |
|