Tagoror  

Encyclopedie




Tennis

Tennis is een balspel voor twee (enkelspel) of vier (dubbelspel) spelers, waarbij een kleine bal met een racket naar de speelhelft van de tegenstander(s) wordt geslagen.De tennissport is ontstaan in Engeland en wordt in de hedendaagse vorm gespeeld sinds 1873.

Tennis wordt gespeeld op verschillende soorten ondergrond:

  • Gras (lawntennis)
  • Gravel (rode, gemalen baksteen)
  • Hardcourt (cement/beton)
  • Indoor (kunstvloer)

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen recreatietennis, competitietennis en professioneel tennis, proftennis genaamd.

Competitietennis:
Overkoepelende organisaties in Nederland en België. Competitietennis in Nederland en België.

Proftennis:

  • Proftennis in Nederland en België.
  • Lijst van toptennissers
  • Ontwikkeling van het proftennis
  • Internationale Tennisfederaties
  • Begeleiding van proftennissers
  • Proftennis en het grote geld/commercie
  • Tennistoernooien:
    • Satelliettoernooien
    • ATP-wedstrijden
    • WTP-wedstrijden
    • WTA-wedstrijden
    • Masters
    • Commercieële toernooien
    • Grand Slam Toernooien (chronologische volgorde):
      • Open Kampioenschappen van Australië (Australian Open)
      • Open Kampioenschappen van Frankrijk (Roland Garros of French Open)
      • Open Kampioenschappen van Groot Brittannië (Wimbledon of British Open)
      • Open Kampioenschappen van New York (US Open)(New York Open)
  • Davis Cup - internationaal landentoernooi voor heren enkel- en dubbelspelen.
  • Federation Cup - Internationaal landentoernooi voor dames enkel- en dubbelspelen.
  • Memorabele profpartijen: (bijvoorbeeld Ivan Lendl vs Michael Chang, kwartfinale Roland Garros 1989-- Steffi Graf vs Jana Novotna, finale Wimbledon 1993)

Spelregels:

Het veld:

Het speelveld wordt in twee helften verdeeld door een net, dat standaard 91 cm hoog hangt. Elk van de twee speelhelften is verdeeld in drie vlakken: een achtervlak, en twee voorvlakken. Het veld en de diverse vakken worden gescheiden door witte lijnen, die gelden als onderdeel van het speelveld. Een geslagen bal moet die buiten het veldkader van de tegenstander geslagen wordt (dwz. zelfs de lijn niet meer raakt) is 'uit' en levert de tegenstander een punt op.

De opslag
De bal wordt net buiten de achterlijn in het spel gebracht met de opslag (Eng: service), waarbij de bal met één hand omhoog wordt geworpen en met het racket in de andere hand wordt geslagen (onderhands serveren is welliswaar toegestaan, maar wordt in het professionele tennis slechts sporadisch toegepast). De bal moet daarbij neerkomen in het voorvlak van de tegenstander, diagonaal ten opzichte van de kant waarvandaan men serveert. Een teruggeslagen serveerslag hoemt men een return. Een niet geretourneerde, correcte serveerslag heet een ace. Een bal die in het net wordt geslagen is logischerwijs een netbal. Men mag een verkeerde service éénmaal overdoen zonder direct puntverlies. Men mag bij het serveren de de achterlijn niet met de voeten raken; bij een voetfout moet men overserveren of gaat het punt naar de tegenstander. De opslagbeurt rouleert per game. Wie opslaat heeft over het algemeen meer kans de game te winnen. Verliest men de eigen opslagbeurt, dan is de tegenstander 'door de opslag heengebroken'.

Speltechnieken:

  • Forehand: Voor rechthandige spelers de rechterhand, voor linkshandigen de linkerhand
  • Backhand: voor rechtshandigen de linkerhand, voor linkshandige spelers de rechterhand
  • Groundstroke: diagonale lange slag, die a.h.w. het hele speelveld bestrijkt.
  • Slice: onderscheiden in slice forehand en slice backhand. Techniek waarbij achterwaarts spineffect wordt bereikt door de bal met een achterwaarts gekanteld racket te spelen.
  • Spin;: het meegeven van extra rotatie aan de bal
  • Dropshot: techniek waarbij de speler vlak bij het net staat en de bal zodanig retourneert dat die zo snel en steil mogelijk de grond raakt en zo min mogelijk opstuit.
  • Smash: techniek die moeilijker is dan het lijkt, waarbij een hoge bal met kracht recht in het veld van de tegenstander wordt geslagen.
  • Volley: return vanaf een positie bij het net.

Spelers worden vaak getypeerd naar hun speelstijl en/of sterkste punten:
  • Baseliner - speler die het liefst speelt vanaf de achterlijn. Deze speelstijl is sinds de jaren '90 van de vorige eeuw steeds populairder geworden. De ontwikkeling wordt door velen bekritiseerd omdat het minder attractief zou zijn, en dus minder interessant voor het publiek.
  • Serve-volleyspeler - speler die het liefst na de opslag direct naar het net komt. Voor veel tennisliefhebbers is dit de meest attractieve speelstijl. Voorbeelden: Jan Siemerink, Jana Novotna.
  • Serveerkanon - speler met een zeer krachtige opslag. Boris Becker was de eerste speler met die reputatie. Andere voorbeelden: Marc Philippousis, Richard Krajichek.

De puntentelling:
De punten worden geteld volgens het traditionele Britse systeem: 15, 30, 40, game, set and match.
  • Een match of wedstrijd wordt gespeeld over twee gewonnen sets, hoewel de heren in grote toernooien (Grand Slam) drie sets moeten winnen, en men dan maximaal een vijfsetter speelt. Voor vrouwen is het maxmimale aantal te spelen sets altijd drie.
  • Een set wordt gewonnen door de speler die het eerst 6 games wint, met een verschil van twee games. Gaat het winnen van games gelijk op, dan kan men uiteraard eindeloos doorgaan tot het verschil van twee games is bereikt, maar tegenwoordig wordt meestal een tiebreak gespeeld om een beslissing te forceren. Hierbij krijgen de speler om en om twee opslagbeurten. Na elke zes willekeurig gewonnen punten rouleren de spelers van speelhelft. Winaar van de tiebreak is wie het eerst 6 punten heeft, met een verschil van twee. Bij de tiebreak kent men geen maximaal aantal punten. Wie de tiebreak wint, wint de set.
  • Een game wint men door vier gewonnen punten, die geteld worden als 15, 30, 40 en 'game'. Echter, als beide spelers op 40 komen, noemt men dat deuce (spreek uit: djoes) en moeten er twee punten achter elkaar worden gewonnen om de game alsnog naar zich toe te trekken.

Wedstrijdleiding:
  • Elke professionele tennispartij wordt geleid door een scheidsrechter, die op een verhoogde stoel aan een uiteinde van het net zit. De scheidsrechter kent de punten toe, beslist in twijfelgevallen (was de bal uit of in?), geeft de verplichte rustpauzes en spelhervattingen aan, geeft zo nodig toestemming voor blessurebehandeling, plaspauzes en shirtwisseling (dames), en houdt overenthousiaste spelers, trainers, ouders en overige toeschouwers bescheiden in toom. De scheidsrechter krijgt (als het goed is) na afloop van de partij een hand van de spelers.
  • Bij een professionele tennispartij houden 8 (soms 10) lijnrechters in de gaten of de bal binnen, op, of buiten de lijnen valt: er zijn 6 lijnrechters voor de verticale lijnen en 2 (soms 4) voor de horizontale lijnen. Met roepwoorden en/of armgebaren maken ze hun waarneming duidelijk. Een 'uitbal'en een 'netbal' worden altijd hoobaar aangegeven.
  • Ballenjongens en -meisjes rapen de ballen voor de spelers op en zorgen ervoor dat de speler die de opslag heeft de nodige ballen ontvangt. Verder verlenen ze de spelers tijdens het spel en de rustpauzes wat hand- en spandiensten.

Externe links




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.