Tektoniek is het vakgebied dat zich bezighoudt met de structuur van de platen in de aardkorst, hoe deze platen ontstaan, hoe ze bewegen en hoe ze verdwijnen. Het begrip tektoniek wordt ook gebruikt om de langzame beweging van de platen aan te duiden en wordt dan ook wel platentektoniek, continentverschuiving of continentendrift genoemd. De aardkorst is de buitenste laag van de aarde en is ongeveer 35 kilometer dik. Deze aardkorst bestaat niet uit één geheel, maar uit enkele grote platen of schollen die op de min of meer vloeibare binnenmantel van de aarde drijven. De continenten en oceanen liggen op deze platen. Er zijn ongeveer 9 grote platen en enkele kleinere. De continentale platen zijn gemiddeld zo'n 40 kilometer dik, de oceanische platen ongeveer 7 kilometer.
De platen bewegen langzaam, als gevolg van convectiestroming in de mantel. Ze bewegen van elkaar af, botsen tegen elkaar, schuiven onder elkaar door, of schuren langs elkaar heen. Dit veroorzaakt verschillende verschijnselen aan de oppervlakte:
De aardkorst is, gezien op een geologische tijdschaal van miljoenen jaren, een dynamisch systeem.
Een van de ontwikkelaars van de theorie van de continentverschuiving was Alfred Wegener; echter pas in de jaren '60 en '70 van de 20e eeuw werd deze theorie door wetenschappers aanvaard, omdat pas toen de tectoniek als methode van deze continentverschuiving werd herkend.