Tagoror  

Encyclopedie




Tallinn

Tallinn is de hoofdstad van Estland. De stad ligt aan de Finse Golf, tegenover het veel jongere Helsinki. Tallinn telt 411.594 inwoners, een derde van alle inwoners van Estland.

Stadsbeeld
?Welk een krachtige en doelbewuste opbloei van het moderne leven in dit decor van schilderachtige en dichterlijke tradities? bij een volk dat zich bekend wil maken ?aan de volken van het Westen, waartoe het met alle geweld behooren wil. En ook behóórt.?

Estland is al eerder door ons, bewoners van het veilige Westen, ontdekt. In 1929, Estland was toen tien jaar onafhankelijk, tekende de Antwerpse journalist August Monet in zijn boek Naar Oostland willen wij rijden deze zinnen op. Inmiddels is Estland wederom ruim tien jaar onafhankelijk en kan een bezoeker aan Tallinn soortgelijke conclusies trekken.

De meeste bezoekers aan Tallinn komen voor de oude binnenstad (Vanalinn). De Hanze heeft de geschiedenis en het uiterlijk van Tallinn zeer bepaald: de binnenstad telt vele koopmanshuizen en pakhuizen uit deze tijd. De binnenstad is geheel ommuurd, en deze muur is voorzien van een groot aantal pittoreske torens. Net als in sommige Nederlandse steden hebben torens en poorten er bijnamen: een van de verdedigingstorens heet Kiek in de Kök (?Kijkje in de Keuken?, in het Laagduits, de taal van de Hanze).Verder zijn er de toren Lange Herman (Pikk Hermann) en de poort Dikke Margareta (Paks Margareeta). De oude stad bestaat uit twee gedeelten: de Domberg (Toompea), waar de adel en de geestelijkheid woonde, en de benedenstad. Op de Domberg staan de Domkerk, het parlementsgebouw en de opvallende russisch-orthodoxe Alexander Nevski-kathedraal. Vanaf de Domberg heeft men een fraai uitzicht over de stad en over zee. De Domberg wordt van de benedenstad gescheiden door opnieuw een muur en ermee verbonden door twee straatjes: het Korte Been en het Lange Been. In de benedenstad bevinden zich het Raadhuisplein (Raekoja plats), het hart van de stad, en hier staan kerken als Niguliste en Oleviste met hun spitse torens. Straten als Pikk (Langestraat) en Lai (Breestraat) bieden veel oude koopmanshuizen.

Het zich snel moderniserende zakencentrum ligt ten oosten van de oude stad, rond het door de Finnen in de sovjettijd gebouwde hotel Viru. Nog oostelijker volgen het presidentieel paleis Kadriorg, het Zangpodium, de kloosterruïne Pirita, het olympische zeilsportcentrum en tenslotte Lasnamäe, de grote flatwijk in sovjetstijl, waar veel van de Russischtalige inwoners van Tallinn wonen.

Tallinn heeft frequente en snelle veerverbindingen met Helsinki (en wordt dan ook door vele Finnen bezocht, die behalve op de sfeervolle binnenstad op de (alcoholische) koopjes afkomen). De luchthaven Ülemiste ligt bij het gelijknamige meer, zo dicht bij de stad dat een reiziger met weinig bagage gemakkelijk lopend de binnenstad kan bereiken.

de oude stad. (Bron: Europese commissie)
grotere versie
Geschiedenis
Tallinn werd voor het eerst in een Arabische bron genoemd, in 1154. De nederzetting heette toen Rävala, later Reval, een naam die de stad bij de Duitsers en de Russen, maar ook bij de Nederlanders, tot in de twintigste eeuw zou houden. In 1219 raakte de stad in het bezit van de Deense koning Waldemar II, die een burcht liet bouwen op de Domberg (Toompea). Op die berg vestigde zich ook de bisschop, terwijl kooplieden en handwerkslieden aan de voet van de Domberg gingen wonen. Tallinn kreeg in 1248 stadsrechten en werd in 1285 Hanzestad.

Aan de Deense periode heeft de stad ook haar naam te danken: Tallinn is een samentrekking van Taani linn, wat Denenburg betekent. In 1346 verkocht de Deense koning de stad aan de Duitse Orde. De reformatie (1524) maakte een einde aan de bloei van deze orde en de stad zocht, na belegeringen door Iwan de Verschrikkelijke, steun bij Zweden: tussen 1561 en 1710 behoorde Tallinn tot Zweden, dat aan het einde van de Noordse Oorlog zijn Baltische bezittingen kwijtraakte aan het tsaristische Rusland. Onder Peter de Grote werd Tallinn verrijkt met het slot Kadriorg (Catharinadal, tegenwoordig de presidentiële residentie), een nieuw slot op de Domberg als zetel van de gouverneur-generaal (het huidige suikergoedrose parlementsgebouw) en belangrijke militaire havenuitbreidingen. In 1870 kwam er een treinverbinding met Sint-Petersburg tot stand. De koopliedenstad werd een industriestad, met een arbeidersbeweging, die sympathiek stond tegenover de oktoberrevolutie. Maar inmiddels stonden de Duitse troepen voor de deur, die het Rode Leger verjoegen. In het vacuüm kon op 24 februari 1918 de republiek Estland worden uitgeroepen. De hoofdstad werd, uiteraard, Tallinn.

In 1939 keerden de Duitsers na eeuwenlange aanwezigheid en dominantie heim ins Reich en in 1940 was het de facto afgelopen met de jonge republiek: Estland vroeg zogenaamd om aansluiting bij de Sovjet-Unie, en Tallinn verdween in de anonimiteit als hoofdstad van de Estische SSR. Wederom onderging de stad uitbreidingen, uitgestrekte satellietsteden, die voor een groot deel werden bevolkt door immigranten uit alle delen van het sovjetimperium. Die wonen er voor het grootste deel nog steeds, al dan niet als staatsburger van de republiek Estland, die in 1991 als slotakkoord van de Zingende Revolutie weer tot leven kwam. Ook daarvan werd de hoofdstad natuurlijk Tallinn, hoewel sommigen het zuidelijke, vijf keer zo kleine Tartu naar voren schoven. Een kansloze missie: in Tallinn wonen 411.594 mensen, een derde van de inwoners van Estland. Zelfs erkende waterhoofden als Parijs, Boedapest of Wenen halen dat percentage niet.




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.