Sumer is de oude naam voor een landstreek in wat nu Irak is. Het is de streek waar de rivieren Eufraat en Tigris in de Perzische Golf uitmonden, oftewel het zuidelijk deel van Mesopotamië. Sumer is de wieg van de beschaving, of althans een van zes streken op aarde die aanspraak kunnen maken op deze titel. De streek werd vermoedelijk voor het eerst bevolkt vanaf 4500-4000 v.Chr door een volk dat door archeologen wordt aangeduid als Ubaidiërs of Obeidiërs, naar het dorp al-Ubaid waar resten zijn gevonden. Dit volk legde moerassen droog en zorgde voor irrigatie, zodat landbouw mogelijk werd. Ook dreven ze handel en werden in werkplaatsen potten gebakken en leer gelooid.
De Sumeriërs trokken rond 3500 v.Chr. het gebied binnen. Hun herkomst staat niet vast; men vermoedt Anatolië, maar India is ook goed mogelijk. Zij spraken het Sumerisch, een taal die noch Indo-Europees noch Afro-Aziatisch is. Verder stroomopwaarts in een streek die Akkad heette was dat anders. De bevolking daar sprak een Semitische (d.w.z. Afro-Aziatische) taal. Vanaf 5000 v. Chr is er al sprake van het ontstaan van een georganiseerde samenleving.
Rond 3300 v. Chr werd de oudste vorm van schrift uitgevonden, het pictografische schrift, waaruit later het spijkerschrift ontwikkeld werd. Sumeriërs ontwikkelden de eerste wetgeving en stadstaten. Het wiel is waarschijnlijk ook door de Sumeriërs ontwikkeld, evenals het pottenbakkerswiel.
Vanaf ongeveer 2900 v. Chr begint de dynastieke tijd.
De tijd van Sargon en de Semitische tijd 2335 v. Chr-2212 v. Chr
Vanaf 2212 v. Chr Overheersing door de Guti.
Vanaf ca. 1900 v.Chr nemen de Amorieten de macht over in Sumer en zijn de Sumeriërs niet meer als apart volk te onderscheiden.