Superstrings en M-theorie
Er zijn verschillende snarentheorieën, waarvan er vijf werken met superstrings. Deze vijf superstringtheorieën zijn met elkaar verwant, alsof ze de werkelijkheid vanuit een verschillend standpunt belichten. Men is momenteel bezig een theorie te ontwerpen die een samenvattende formulering is van deze vijf snarentheorieën: dit noemt men de M-theorie (de M is hier een afkorting van 'membraan'). Geschiedenis
In 1921 ontwikkelden Theodor Kaluza en Oskar Klein onafhankelijk van elkaar het idee dat electromagnetisme in een verenigde krachtentheorie afgeleid kan worden van zwaartekracht als er vier in plaats van drie ruimtelijke dimensies zijn, en deze vierde opgerold is in een kleine cirkel.
De officiele geboorte van de stringtheorie gaat terug tot 1970, als drie theoretici op het gebied van elementaire deeltjes zich realiseren dat duale theorien die in 1968 ontwikkeld zijn, ook de quntummechanica van trillende snaren beschrijven. Na een jaar of vijf werd deze theorie vergeten, omdat de quarks meer konden verklaren.
De snaartheorie maakte rond 1974 een comeback, toen men zich realiseerde dat deeltjes met spin 2 massa 0 moeten hebben, hetgeen overeenkomt met wat we van de graviton verwachten. Hiermee had de snaar theorie zich gepositioneerd als een "theorie voor alles", dat wil zeggen een verenigde theorie voor de vier elementaire krachten.
standpunt van de wetenschap
Sommige natuurkundigen geloven dat de snarentheorie in de niet zo verre toekomst tot een universele theorie zou kunnen leiden, andere natuurkundigen verzetten zich ertegen. Nobelprijswinnaar Sheldon Glashow heeft haar met middeleeuwse theologie vergeleken, meer op geloof en gedachtespinnerij gebaseerd dan op waarnemingen en proefnemingen, en een andere Nobelprijswinnaar, wijlen Richard Feynman, deed ze botweg af als 'onzin'.
Op de website van de Universiteit van Amsterdam stond een soort persbericht aan nav. de Spinozaprijs gewonnen door Robbert Dijkgraaf:
- "Snaartheorie is de extreemste vorm van theoretische fysica en de belangrijkste kandidaat voor een quantummechanische beschrijving van de zwaartekracht. Dat is nodig omdat de huidige theorieën, in het bijzonder de relativiteitstheorie, incompleet zijn. Snaartheorie werkt niet met elektronen of quarks maar met een soort mini-elastiekjes die op allerlei wijzen kunnen trillen. Alle verschillende elementaire deeltjes om ons heen zouden dan ontstaan als de trillingen van een enkele snaar, zoals de boventonen van een vioolsnaar. Op deze wijze is het mogelijk ook de zwaartekracht volgens de wetten van de quantummechanica te beschrijven. Met dat uitgangspunt kan snaartheorie bijvoorbeeld extreem zware én erg kleine objecten beschrijven, zoals zwarte gaten en het heelal vlak na de oerknal."