Tagoror  

Encyclopedie




Strafrecht - Nederland

Het Strafrecht is dat deel van het recht dat toepasbaar is als iemand verdacht is van het begaan van een strafbaar feit.

Table of contents
1 Strafrecht
2 Hoofdpersonen in het strafrecht
3 Procedure in het strafrecht
4 Het kantongerecht
5 De rechtbank
6 Het gerechtshof
7 De Hoge Raad
8 Alternatieve procedures
9 Beslissing van de rechter

Strafrecht

In het strafrecht zijn de regels vastgelegd waaraan burgers zich moeten houden. Houdt iemand zich niet aan deze regels, dan pleegt hij een strafbaar feit en moet hij wanneer de officier van justitie dat wil, als verdachte voor de rechter verschijnen. Er zijn twee soorten strafbare feiten: overtredingen en misdrijven. Overtredingen zijn relatief lichte vergrijpen, misdrijven zijn ernstiger feiten. Alle strafbare feiten staan in wetten, bijvoorbeeld in het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de Wegenverkeerswet.

Hoofdpersonen in het strafrecht

In het strafrecht komen de volgende hoofdpersonen voor:

1. Het slachtoffer

Het slachtoffer van een strafbaar feit moet zo snel mogelijk aangifte doen bij de politie. De officier van justitie kan de zaak voorleggen aan de rechter. Vaak heeft het slachtoffer schade geleden. Hij kan proberen deze schade vergoed te krijgen door aan de officier van justitie te vragen zijn schade bij de rechter te claimen. Het slachtoffer kan ook zelf een burgerlijk proces tegen de verdachte starten. Daarnaast kan een slachtoffer een eenmalige uitkering aanvragen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

2. De politie

De politie maakt een verslag van de aangifte van een slachtoffer. Dat verslag heet een proces-verbaal. De politie doet ook zelf onderzoek om strafbare feiten op te sporen en bewijzen te verzamelen. Het proces-verbaal en eventuele bewijsstukken stuurt de politie door naar de officier van justitie. De officier van justitie De officier van justitie werkt bij het openbaar ministerie (OM). Het OM is de organisatie die verantwoordelijk is voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier van justitie bepaalt of hij een zaak aan de rechter wil voorleggen of niet. Hij moet er ook voor zorgen dat uitspraken van de strafrechter worden uitgevoerd. Zowel de politie als de officier van justitie kunnen dwangmiddelen toepassen. Bekende dwangmiddelen zijn bijvoorbeeld iemand fouilleren of vasthouden op het politiebureau. Zij moeten zich daarbij wel aan strenge regels houden. Die regels staan ook in de wet. De rechter controleert of de regels wel goed worden toegepast.

3. De rechter-commissaris

Soms moet een officier van justitie een diepgaand onderzoek doen om een strafbaar feit te kunnen bewijzen. Hiervoor moet hij toestemming vragen aan de rechter-commissaris. Dat is de rechter die het onderzoek leidt. De rechter-commissaris kan speciale zware dwangmiddelen toepassen zoals het aftappen van een telefoon. Hij kan ook getuigen en deskundigen horen.

4. De strafrechter

Als de officier van justitie besluit een zaak voor de strafrechter te brengen, dan komt er een zitting. Op die zitting vertelt de officier van justitie aan de rechter wat de verdachte naar zijn mening heeft gedaan. De rechter onderzoekt wat er precies is gebeurd. Hij luistert niet alleen naar wat de officier van justitie en de verdachte hem vertellen, maar doet ook zelf onderzoek. Hij kan bijvoorbeeld getuigen en deskundigen vragen wat zij van een zaak vinden. Pas daarna doet de rechter uitspraak.

5. De verdachte en zijn advocaat

Als de politie en de officier van justitie denken dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd, dan spreken we over een verdachte. Een verdachte is nog geen dader. In Nederland geldt namelijk de regel dat iedereen onschuldig is, totdat de rechter een uitspraak heeft gedaan. Pas als de rechter vindt dat iemand iets heeft gedaan wat niet mag, spreken we over een dader. Het is verstandig een advocaat in te schakelen als u verdacht wordt van een strafbaar feit. De advocaat kijkt of de politie en de officier van justitie zich wel aan de regels houden en verdedigt de verdachte op de zitting. Iedereen heeft recht zich te laten helpen door een advocaat. Als iemand dat niet kan betalen, dan krijgt hij een advocaat toegewezen door de Raad voor de Rechtsbijstand. Hiervoor betaalt hij wel een eigen bijdrage.

6. De getuige

Een getuige is iemand die iets kan vertellen over een bepaalde strafzaak. Dat kan bijvoorbeeld iemand zijn die een belangrijke verdachte heeft gezien. Getuigen die op verzoek van de officier van justitie worden gehoord, noemen we getuigen à charge. Zij leggen meestal een belastende verklaring af voor de verdachte. Getuigen die de verdediging oproept, noemen we getuigen à decharge. Zij proberen in de meeste gevallen de verdachte vrij te pleiten.

7. De reclassering

De reclassering helpt mensen die met het strafrecht in aanraking komen. Op verzoek van de rechter onderzoeken medewerkers van de reclassering bijvoorbeeld hoe een verdachte woont, of hij werkt en of hij familie heeft. Soms bemiddelt de reclassering tussen dader en slachtoffer. Zij begeleidt verder mensen die door de rechter zijn veroordeeld.

Procedure in het strafrecht

Degene die in een strafproces is verwikkeld, krijgt vaak met verschillende rechterlijke instanties te maken. In Nederland houden vier instanties zich met strafrechtprocedures bezig: Lang niet alle strafzaken worden aan de rechter voorgelegd: in het strafrecht bestaan ook andere procedures. De politie kan sommige zaken bijvoorbeeld zelf helemaal afhandelen. Dat kan ook de officier van justitie.

Het kantongerecht

Het kantongerecht is het ‘laagste gerecht’ in Nederland. De kantonrechter behandelt alleen overtredingen. Vaak gaat het om zaken waarin de politie of de officier van justitie een schikkingsvoorstel heeft gedaan. Als de verdachte niet op zo’n voorstel ingaat, komt de zaak bij de kantonrechter. De verdachte ontvangt dan een dagvaarding waarin precies staat waarvan hij wordt verdacht. De rechter onderzoekt op de zitting wat er is gebeurd. Eerst komt de officier van justitie aan het woord en daarna de verdachte of zijn advocaat. De kantonrechter kan ook getuigen horen. De verdachte mag altijd als laatste nog iets zeggen. De kantonrechter doet meestal meteen na de zitting een mondelinge uitspraak. Tegen de meeste uitspraken is hoger beroep mogelijk bij de rechtbank.

De rechtbank

De rechtbank behandelt in principe alle misdrijven en de hoger-beroepzaken van het kantongerecht. Eenvoudige zaken worden door één rechter behandeld, de politierechter genoemd. Moeilijker zaken worden door drie rechters bekeken. Ook nu komt eerst de officier van justitie aan het woord en daarna de verdachte of diens advocaat. De politierechter doet meestal meteen mondeling uitspraak. De rechters bij de rechtbank doen veertien dagen na de zitting uitspraak. Tegen die uitspraken is in principe hoger beroep mogelijk bij een gerechtshof. Bij de rechtbank werkt een aantal gespecialiseerde rechters. De economische politierechter houdt zich bezig met economische vergrijpen, bijvoorbeeld overtreding van de winkelsluitingswet of de warenwet. De kinderrechter behandelt zaken waarin kinderen worden verdacht van het plegen van strafbare feiten.

Het gerechtshof

De raadsheren van het gerechtshof behandelen in het algemeen alleen zaken in hoger beroep. Zij bekijken nog eens wat er precies is gebeurd en luisteren opnieuw naar de verhalen van het openbaar ministerie en de verdachte. Het gerechtshof hoeft geen rekening te houden met uitspraak van de rechtbank. Iemand die in eerste instantie is veroordeeld, kan dus worden vrijgesproken, maar ook een hogere straf krijgen.

De Hoge Raad

Partijen die het niet eens zijn met een uitspraak kunnen bij de Hoge Raad in cassatie (een speciale vorm van hoger beroep) gaan. De raadsheren van de Hoge Raad kijken dan niet opnieuw naar de feiten van een strafzaak, maar onderzoeken alleen of de rechtbank of het gerechtshof alle rechtsregels goed heeft toegepast. Als dat niet zo is, moet een andere rechtbank of een ander hof opnieuw naar de zaak kijken.

Alternatieve procedures

Strafzaken duren vaak heel lang en kosten de Nederlandse overheid veel geld. In sommige gevallen is het daarom beter te zoeken naar een alternatieve procedure. Zowel de politie als de officier van justitie kunnen in bepaalde gevallen proberen de zaak zelf af te handelen. De officier van justitie kan bijvoorbeeld de verdachte een transactie aanbieden. Gaat de verdachte hierop in, dan betaalt hij een bepaald geldbedrag en is hij van de zaak af. We noemen dit ‘schikken’. De verdachte en het slachtoffer kunnen soms ook samen een afspraak maken over de manier waarop de zaak moet worden afgehandeld. We noemen dit ‘dading’. Kleine verkeersovertredingen worden afgehandeld via het Centraal Justitieel Incassobureau. Dat stuurt automatisch een acceptgiro naar de overtreder. Bij sommige strafbare feiten, bijvoorbeeld bij voetbalvandalisme, wordt vaak snelrecht toegepast. Dat betekent dat de verdachten binnen een paar dagen voor de rechter moeten verschijnen en hun eventuele straf meteen moeten uitzitten. We praten in deze gevallen over lik-op-stukbeleid.

Beslissing van de rechter

Een rechter kan in een strafzaak verschillende beslissingen nemen. Als hij vindt dat een officier van justitie onterecht iemand heeft vervolgd, bijvoorbeeld omdat hij helemaal niets strafbaars heeft gedaan, dan laat hij de verdachte vrij. We noemen dit ontslag van rechtsvervolging. De rechter laat een verdachte ook vrij als hij vindt dat er in zijn zaak onvoldoende bewijs is. In zo'n geval spreken we van vrijspraak. Als de rechter vindt dat iemand wel schuldig is en daarvoor ook moet worden gestraft, dan kan hij verschillende soorten straffen opleggen. Hij kan een gevangenisstraf of een geldboete opleggen of iemand veroordelen tot een taakstraf. Een taakstraf betekent dat een dader een tijd onbetaald werk moet doen. In de wet staat bij elk strafbaar feit welke straf een rechter maximaal op kan leggen. Een rechter kan verder onvoorwaardelijk of voorwaardelijk straffen. Onvoorwaardelijk betekent dat iemand meteen zijn straf moet ondergaan. Voorwaardelijk betekent dat de straf even wordt uitgesteld. De dader moet zich dan een tijd aan bepaalde afspraken houden. Doet hij dat niet, dan moet hij bijvoorbeeld alsnog naar de gevangenis. Houdt hij zich wel aan de afspraken, dan komt de straf te vervallen. Naast straffen kennen wij in Nederland ook zogenaamde maatregelen. Voorbeelden van maatregelen zijn het betalen van schadevergoeding aan het slachtoffer en de terbeschikkingstelling (tbs).


Deze tekst is vrijwel ongewijzigd afkomstig van http://www.overheid.nl. Het is mogelijk dat daar een recentere versie beschikbaar is.



Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.