Een stoomlocotief is een type locomotief die als energiebron een stoommachine gebruikt.
De belangrijkste onderdelen van de stoomlocomotief zijn: de stoomketel met vuurhaard, het frame en de stoommachine met stangensysteem.
Werking
Het werkingsprincipe is het volgende: brandstof (voornamelijk steenkool) wordt in de vuurhaard verbrand. Hierdoor verdampt het in de ketel aanwezige water en wordt het hete stoom. Via het buizensysteem wordt deze stoom naar het stoomverdeelmechanisme geleid, dat ervoor zorgt dat de stoom in de cilinders terechtkomt. De stoom wordt beurtelings in het voor- en achtergedeelte van de stoomcilinder geblazen, zodat een heen- en weergaande beweging van de zuiger verkregen wordt. Deze beweging wordt door het stangensysteen in een ronddraaiende beweging van de wielen van de locomotief omgezet.
Vele stoomlocomotieven hebben een wagon achter zich, de tender, waarin de voorraad (water en brandstof) meegenomen wordt. Kleine stoomlocomotieven, die vooral voor rangeren gebruikt worden hebben geen tender; hun voorraad wordt meegenomen in daartoe bestemde bakken, die op de locomotief zelf geplaatst zijn, meestal aan de weerzijden van de ketel. Zulk type stoomlocomotief noemt men tenderstoomlocomotief.
Als brandstof wordt vooral steenkool gebruikt, maar soms ook stookolie en hout. Bij grotere kolengestookte stoomlocomotieven gebeurt de aanvoer van brandstof automatisch, door middel van een schroef van Archimedes, die door een eigen kleine stoommachine aangedreven wordt.
De bemanning van de stoomlocomotief bestaat uit twee mensen, namelijk de machinist en de stoker. In sommige landen, bijvoorbeeld Rusland, werden ze door een derde bemanninggslid, de zogenoemde machinisthelper bijgestaan.
Geschiedenis
De eerste stoomlocomotief ter wereld, tegelijkertijd de eerste locomotief in het algemeen werd in 1804 door Richard Trevithick in Engeland gebouwd. Deze machine was vanwege vele kinderziekten niet praktisch toepasbaar. De eerste echt praktisch toepasbare stoomlocomotief werd The Rocket, gebouwd door spoorwegpionier George Stephenson in 1829.
De periode tot ongeweer de jaren '50-'60 van de 19de eeuw was de kindertijd van de stoomlocomotief. Vanaf het einde van 19de eeuw begon de "gouden eeuw" van de stoomlocomotief. In de jaren '30 van vorige eeuw heeft de stoomlocomotief zijn hoogtepunt bereikt op technisch vlak. Op 3 juli van het jaar 1938 werd het absolute snelheidsrecord voor de stoomlocomotieven gezet: 203 km/h.
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werden stoomlocomotieven snel door diesel- en elektrische locomotieven verdrongen. Hierbij speelden volgende factoren een grote rol:
- een tekort aan kolen in sommige Europese landen, bijvoorbeeld Italië,
- het zeer lage rendement van de stoomlocomief (niet hoger dan 5%), die relatief gezien de exploitatie van elektrische- en diesellocomotieven goedkoper maakte. *Het was ook onmogelijk om de stoomlocomotieven volgens de meerdere-eenheden te laten werken, d.w.z. als meerdere samengekoppelde locomotieven door één machinist bestuurd worden.
- Ook de slechte arbeidsomstandigheden van machinisten en stokers speelden hun rol.
In Europa en Noord-Amerika werden stoomlocomotieven in de loop van jaren '50 en '60 van vorige eeuw buiten dienst gesteld, in Nederland in 1958, in België in 1966, in Duitsland in 1977, in Rusland in begin jaren '80, in India werd de laatste stoomtrein gereden in 1996. Enkel in China en sommige Latijns-Amerikaanse landen (vooral Cuba) worden stoomlocomotieven nog op brede schaal toegepast.
Er bestaan in Europa nog veel toeristische spoorlijnen, waar oude stoomlocomotieven voor plezierritten gebruikt worden.
Trivia
Er bestaat een kinderversje over de stoomlocomotief: - De stoker en de machinist
- Die hebben de trein, die hebben de trein,
- De stoker en de machinist
- Die hebben de trein gemist.
Gezongen heeft dit liedje het ritme van de stoommachine.