 |
Stomme film Een stomme film is een film waarin alleen het beeldsignaal voorkomt. Pas in 1927 werd het met de introductie van de geluidsfilm mogelijk om geluid en beeld synchroon af te spelen. Om het gemis van geluid op te vangen, kwamen in de stomme film vaak intermezzo's in de vorm van tekstbeelden voor die de situatie op het scherm verduidelijkten of een stukje hoognodige dialoog weergaven. Bij de vertoning van een stomme film in een bioscoop werd ook vaak muziek gemaakt. Het waren vaak slapsticks (komische films) die de hoofdmoot vormden van deze filmvoorstellingen. Enkele grootheden van de stomme film: Enkele stomme films met director en jaar: - La Presa di Roma, Filoteo Alberini, 1905
- Ben-Hur, Sidney Olcott, 1907
- From the Manger To the Cross, Sidney Olcott, 1912
- Cabiria, Giovanne Pastrone, 1914
- The Perils of Pauline, Louis J. Gasnier & Donald MacKenzie 1914
- The Birth of a Nation, D. W. Griffith, 1915
- Intolerance, D.W. Griffith, 1916
- Cleopatra, J. Gordon Edwards, 1917
- Rebecca of Sunnybrook Farm, Marshall Neilan, 1917
- The Cabinet of Dr. Caligari, Robert Wiene, 1920
- Nosferatu, F.W. Murnau, 1922
- The Thief of Bagdad, Douglas Fairbanks, 1923
- Sherlock, Jr, Buster Keaton, 1924
- Battleship Potemkin, Sergei Eisenstein, 1925
- The Gold Rush, Charlie Chaplin, 1925
- Safety Last, Harold Lloyd, 1925
- Greed, Erich von Stroheim, 1925
- The Phantom of the Opera, Lon Chaney, 1925
- The Big Parade, King Vidor, 1925
- The Lodger, Alfred Hitchcock, 1926
- The General, Buster Keaton, 1927
- Sunrise, F.W. Murnau, 1927
- Metropolis, Fritz Lang, 1927
- The Passion of Joan of Arc, Carl Theodor Dreyer, 1928
- Pandora's Box, GW Pabst, 1928
|
 |
|