Tagoror  

Encyclopedie




Stalinisme

Het stalinisme dankt haar naam aan de Russische revolutionair Josef Stalin.

Het stalinisme kwam op als manifestatie van de bureaucratische toplaag onder leiding van Stalin in de jaren twintig. Dit gebeurde nadat de Russische revolutie stagneerde als gevolg van het geïsoleerd blijven van de revolutie in internationaal opzicht (o.a. mislukken van de Duitse revolutie), de burgeroorlog in Rusland en de onderwikkelde economie. Onder die omstandigheden kon Stalin als leider van de ontstane bureaucratie aan de macht komen, maar niet na een lange strijd, die pas ongeveer eind jaren twintig beslecht was. De Russische revolutie kende dus een democratische fase, waarna pas later het stalinisme opkwam.

Het stalinisme als personencultus beheerste de Sovjetrussische politiek vanaf ongeveer 1924 tot de dood van Stalin in 1953. Het stalinisme is een vorm (volgens niet-stalinistische marxisten een misvorming) van het marxistische socialisme.

Eén van de belangrijkste doelstellingen van het stalinisme als systeem (los van de personencultus) is het zogenaamd 'socialisme in één land'. Daarmee wordt bedoeld dat men de socialistische staatsopbouw binnen een land belangrijker vind dan een internationale socialistische revolutie, zoals die door Stalin's belangrijkste tegenstander Trotski werd gepropageerd. Het stalinisme staat een agressieve collectivisatie voor van de gebruiksgoederen, maar staat wel beperkt bezit van productiemiddelen toe. Een voorbeeld hiervan is het feit dat iedere boer in Rusland een klein stukje grond mocht bezitten en de opbrengst daarvan op de vrije markt mocht verkopen.

Het stalinisme is in zover 'links', dat het zich keert tegen de kapitalistische landen, hetgeen vaak leidt tot spanningen met die landen.

Het stalinisme wil ook een land zo snel mogelijk industrialiseren. Gelijke lonen zijn bij stalinisten taboe en men is groot voorstander van lonen naar vermogen en prestatie. Hard werken wordt gestimuleerd door de verering van de zogenaamde 'stachanowisten': (zo genoemd naar de arbeider Stachanow) hard werkende arbeiders die harder werken en meer produceren dan de anderen. De stachanowisten genieten speciale privileges, zoals aparte winkelwijken en grotere appartementen. Het stalinistisch systeem slaagde er mede dankzij dwang, maar ook dankzij de onmiskenare voordelen van de geplande economie in, om Rusland van het niveau van bijvoorbeeld India vandaag uit te tillen naar het niveau van een supermacht. Door de bureaucratische en centralistische planning (in plaats van democratisch en de-centraal) echter, liep de steeds complexer wordende economie vanaf de jaren zestig vast. Stalinisme had dan ook gebroken met één van de belangrijkste principes van het marxisme: de arbeidersdemocratie.

Op moralistisch vlak hangen de stalinisten een klein-burgerlijk moraal aan. Huwelijken werden door Stalin in ere hersteld en abortus werd verboden. (Veel kinderen = veel arbeidskrachten) Op artistiek gebied wordt het zogenaamde 'socialistisch realisme' gepropageerd en opgedwongen. Avant-gardistische en impressionistische experimenten worden verboden en men dient 'realistische' kunst te maken, omdat er herkenbare kunst moet zijn voor de arbeiders. De gelukkige arbeider en de hardwerkende boer en de leider zijn de hoofdthema's op de meeste socialistisch realistische schilderijen. Diverse kunstenaars en ook componisten vluchtten uit hun land, omdat het hun onder het stalinisme niet was toegestaan om hun kunst te maken.

In stalinistische landen worden de leiders op religieuze wijze vereerd. De houding ten opzichte van religie is nogal tweeslachtig: soms wordt zij getolereerd, dan weer worden gelovigen vervolgd.

Ook bestaat er in stalinistische landen een soort van patriottisme; helden van weleer worden op kinderlijke wijze vereerd. Antisemitisme komt ook voor, wat nog een breuk was met het marxisme: o.a. Trotski, Rosa Luxemburg en Marx waren zelf immers van joodse afkomst.

Hoogtepunt van het stalinisme na de showprocessen eind jaren dertig tegen Stalin's tegenstanders was wellicht de Tweede Wereldoorlog, (vaak door stalinisten de 'Grote Vaderlandse Oorlog' genaamd) waarin de Russen zich massaal opofferden voor het vaderland, hun leider en de ideologie. Dit heeft wel geleid tot de overwinning van de geallieerden op het nazistische Duitsland, een grote prestatie.

Na 1945, toen het Oostblok, China, Noord-Korea, Albanië, Vietnam enz. onder communistisch bestuur kwamen, waren die landen automatisch direct stalinistisch, zonder democratische fase vooaf. Na de dood van Stalin, en zeker na de befaamde rede van Sovjet-leider Chroetsjov in 1956, verdween het stalinisme als personencultus langzaam maar zeker. Enkele landen, waaronder Albanië (Enver Hoxha) en Noord-Korea (Kim Il Sung) bleven echter een strak stalinistische koers varen, al bleef het stalinisme als systeem (in essentie een dictatuur van een gepriviligeerde bureaucratische toplaag) elders meestal bestaan tot aan de val van de muur. Na de val van het stalinisme in Albanië bleef begin éénentwintigste eeuw alleen Noord-Korea als stalinistisch land over.


Externe link




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.