Srebrenica is een stad in Bosnië-Herzegovina op de Balkan in Zuid-Oost Europa. Het staat sinds 11 juli 1995 ook bekend om het 'Drama van Srebrenica'. Na het uiteenvallen van de Republiek Joegoslavië en de burgeroorlog die daarop volgde werd de stad, evenals Tuzla, door de Verenigde Naties tot veilige enclave voor moslims verklaard, binnen een door Bosnische Serviërs beheerst gebied. De veiligheid van de ruim 30.000 inwoners van de enclave werd gegarandeerd door de aanwezigheid van internationale vredesmilities onder de vlag van de VN.
Op 11 juli 1995, toen ruim 600 Nederlandse militairen (de bataljons 'Dutchbat I, II en III') in Tuzla en Srebrenica hun humanitaire werk deden, forceerden Bosnisch-Servische troepen onder bevel van kolonel Mladic zich met tanks de stad binnen en deporteerden en vermoordden ca. 7500 moslimmannen en -jongens. Het wordt gezien als de ergste daad van genocide in Europa sedert de Tweede Wereldoorlog.
De verantwoordelijken
De vraag in hoeverre de Nederlandse militairen verantwoordelijk zijn geweest voor dit drama is nog altijd niet geheel opgehelderd. Het rapport-van Kemenade gaf daarover geen uitsluitsel en ook het volumineuze NIOD-rapport (zie onder) van april 2002 trekt weinig harde conclusies. Daarin wordt de schuld min of meer verdeeld over de politiek en de militaire top, maar wordt 'Dutchbat' zelf ontzien. De militaire top wordt onder meer verweten feiten verdoezeld te hebben en de Nederlandse overheid wordt onder meer verweten met de uitzending van de militairen een onverantwoorde beslissing te hebben genomen: slecht mandaat, slechte voorbreiding, slechte uitrusting. Een probleem bij het achterhalen van de juiste toedracht werd in beide gevallen bemoeilijkt door de weigering van de Serviërs aan de onderzoeken mee te werken.
Verantwoordelijke ministers in die periode waren de minister van Defensie Relus ter Beek en zijn opvolger Joris Voorhoeve. Minister van buitenlandse zaken was Hans van Mierlo onder minister-president Wim Kok. Verantwoordelijke VN-functionaris: de Franse generaal Janvier. Verantwoordelijke binnen de Nederlandse krijgsmacht: Bevelhebber van de landmacht Generaal Couzy, plv. generaal van Baal en de commandant van Dutchbat Generaal C. Nicolai. Overste Karremans was verantwoordelijk in Srebrenica, plv. commandant van Dutchbat majoor Franken in Tuzla. De Luchtmobiele Brigade was in 1993 uitgezonden onder premierschap van Ruud Lubbers, toen Kooijmans minister van Buitenlandse Zaken was.
Onderzoek naar de juiste toedracht werd aanvankelijk bemoeilijkt door een verdwenen fotorolletje met vermoedelijk bewijsmateriaal en vele tegenstrijdige verklaringen van zowel Nederlandse militairen als VN-verantwoordelijken en de Nederlandse overheid.
De toedracht
Tegen de tijd dat Dutchbat de veiligheidstaken in de twee enclaves overnam van de Australiërs was het Bosnische gebied rond Srebrenica al drastisch ingekrompen. Bosnische eenheden hadden zich rond de stad ingegraven. Niet lang daarvoor hadden de Bosnische militairen zelf een groot gebied 'gezuiverd' van Serviërs, waarbij op grote schaal mensen werden vermoord, mishandeld en verkracht.
Gehoorzaam aan het mandaat van de VN had Dutchbat slechts lichte wapens ter verdediging van de bewoners van de enclaves die zij geacht werden te beschermen, naar algemeen oordeel te licht voor een effectieve verdediging. Een andere handicap was dat de communicatiemogelijkheden tussen de hoofdkwartieren van Srebrenica, Tuzla, Sarajevo en Den Haag en het VN-hoofdkwartier in Zagreb niet optimaal waren.
Toen de Serviërs Srebrenica naderden sloeg overste Karremans alarm. De overste vroeg viermaal om luchtsteun, op 6 en 8 juli 1995, en tweemaal op 11 juli. De eerste twee keer weigerde generaal Nicolai vanuit Sarajevo het verzoek aan Janvier op het VN-hoofdkwartier in Zagreb door te geven omdat de aanvragen niet voldeden aan de gemaakte afspraken omtrent het aanvragen van luchtsteun: er was geen sprake van directe gevechtshandelingen. Op 11 juli, toen Servische tanks de stad waren binnengedrongen, speelde hij de aanvraag wel door aan Janvier, die de eerste weigerde. De tweede aanvraag op 11 juli werd wel gehonoreerd, maar de vliegtuigen (F 16's), die intussen, in afwachting van een bevel tot actie, al uren rondcirkelden, waren ondertussen door Nicolai gesommeerd terug te gaan naar hun basis in Italië om te gaan tanken.
Uiteindelijk hebben slechts twee Nederlandse F16's een luchtaanval uitgevoerd, vrijwel zonder effect. Een groep Amerikaanse vliegtuigen kon naar verluidt de weg niet vinden', maar toen was de enclave reeds onder de voet gelopen en werd de luchtaanval afgeblazen op bevel van de VN en op aandringen van minister Voorhoeve, omdat de Servische militairen dreigden Dutchbatters te doden. De Nederlandse militairen en duizenden inwoners hadden intussen de wijk genomen naar het nabijgelegen Potocari, de VN-basis waar Dutchbat was gelegerd.
Op 13 juli werden de jongen en mannen die bij Dutchbat in Potocari met hun families veiligheid zochten door zwaarbewapende Servische soldaten onder regie van Mladic gescheiden van de vrouwen en kinderen. Ze zouden geëvacueerd worden. Bij die operatie trachtte Dutchbat slechts een en ander ordelijk te doen verlopen. Servische beloftes dat de mannen niets zou overkomen bleken een maand later, toen bijna alle gedeporteerden vermoord waren of vermist werden, leugens geweest te zijn.
In 2002 waren nog maar ruim zestig van de lichamen teruggevonden. Door internationale inspanning tracht men de gevonden lijken te identificeren voor de nabestaanden. Deze hebben zich sinds 1995 verenigd in de 'Campagne voor Waarheid en Gerechtigheid'.
Onderzoek naar de toedracht
Tijdens een geheim beraad tussen Nederlandse topambtenaren van het ministerie van Defensie en de krijgsmachttop, drie maanden later, werden de verantwoordelijke officieren en veel Dutchbatters gehoord. Het verslag van deze besprekingen is bijna een half jaar daarna uitgelekt.
Hoewel de Fransen en de VN reeds eigen Srebrenicarapporten hadden uitgebracht, dateert het eerste officiële Nederlandse rapport uit 1998. Het werd gehouden in opdracht van de toen net nieuwe minister van Defensie, Frank de Grave en uitgevoerd onder leiding van prof. dr. J. van Kemenade. Dat tussentijdse rapport bracht weinig verhelderende feiten aan het licht. Er zou geen sprake zijn van een 'doofpotcultuur' op Defensie.
In november 1996 heeft de Nederlandse regering, met instemming van de Tweede Kamer, opdracht verleend aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) tot het verrichten van officieel historisch onderzoek inzake de gebeurtenissen vóór, tijdens en na de val van Srebrenica.
Het NIOD-rapport en de gevolgen
Het definitieve onderzoeksrapport werd op woensdag 10 april 2002 in de Rolzaal in Den Haag aan het kabinet gepresenteerd en openbaar gemaakt door een van deonderzoeksleiders, NIOD-directeur prof. dr. J.C.H. Blom. Het eindrapport bestaat uit een hoofdrapport van 2 delen - "Srebrenica, een 'veilig gebied' - Reconstructie, achtergronden, gevolgen en analyses van de val van de safe area Srebrenica" en een aantal deelstudies, in totaal 4000 bladzijden. De minister van OC&W, drs. L.M.L.H.A. Hermans, nam als vertegenwoordiger van het kabinet het eerste exemplaar in ontvangst.
Zowel minister de Grave als de minister van VRM, Jan Pronk, gaven binnen enkele dagen te kennen consequenties te trekken uit het rapport en te willen aftreden. Op dinsdag 16 april viel het gehele tweede kabinet-Kok. Bij monde van Kok heeft de Nederlandse regering hiermee openlijk verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen op zich genomen, echter niet de schuld. Die moet volgens Kok in breder, internationaler verband gezocht worden, niet in het minst bij de Serviërs.
Op woensdag 17 april nam de bevelhebber van de landmacht, generaal van Baal, ontslag.
Het parlement ging vervolgens over tot het instellen van een parlementaire enquête over 'Srebrenica'. De enquêtecommissie staat onder leiding van Bert Bakker (D66).
Politieke actie- en lobbygroeperingen als bijvoorbeeld het IKV, dat een eigen Srebrenica-onderzoek uitvoerde, dringen aan op openlijke excuses en praktische hulp van de Nederlandse regering aan de nabestaanden van 'Srebrenica'. Overigens heeft Nederland reeds enkele toentallen miljoenen guldens hulp aan het gebied gegeven c.q. toegezegd.