De specifieke warmte is de hoeveelheid warmte die benodigd is om een bepaalde hoeveelheid van een bepaalde stof 1 graad in temperatuur te doen stijgen. Meestal neemt men daar 1 gram stof voor, maar vaak gebruikt men ook de molaire versie van het begrip: de hoeveelheid warmte om 1 mol van de desbetreffende stof 1 graad in temperatuur te doen stijgen.
De hoeveelheid warmte die nodig is om een bepaalde voorwerp 1 graad te verwarmen noemt men meestal de warmtecapaciteit van dat voorwerp.
De specifieke warmte hangt ten nauwste samen met de inwendige vrijheidsgraden (trillingswijzen, rotaties, translatiebewegingen, elektronische overgangen) waarin de toegevoegde thermische energie terecht kan. Zijn er maar weinig vrijheidsgraden beschikbaar dan zal de temperatuur sneller omhoog gaan dan wanneer er veel zijn. Daarom heeft een vloeistof in de regel een hogere specifieke warmte dan de overeenkomstige vaste stof, omdat de moleculen vrijer zijn zich te bewegen in de vloeistof.