Solidarisme is de sociale leer, die de sociale consequenties van het Marxisme en Kapitalisme afwijst, en zichzelf positioneert als middenweg tussen deze twee uitersten. Het solidarisme heeft zijn roots in de christelijke arbeidersbewegingen, zoals deze van priester Adolf Daens aan het einde van de 19e eeuw in Aalst. Theoretisch is het vooral geënt op de pauselijke encyclieken Rerum Novarum van paus Leo XIII en Quadragesimo Anno van paus Piux XI. Nochtans nemen verschillende niet-confessionele organisaties het Solidarisme over als sociale ideologie.
Het solidarisme is enerzijds antikapitalistisch: het keurt de uitwassen van het kapitalisme af, en de sociale ongelijkheid die er eventueel ontstaat als gevolg van economische uitbuiting, en vecht het individualisme aan door een uitgebreid verenigingsleven te promoten.
Solidarisme is anderzijds ook antimarxistisch: het keurt de klassenstrijd van Karl Marx af, en streeft naar klassenverzoening, door iedere klasse/groep een onderdeel te maken van de maatschappij, zoals een orgaan in een lichaam. Aldus streeft het solidarisme naar een organische samenleving.
Het economische equivalent van solidarisme is het corporatisme.