Slavernij is een vorm van onvrijwillige dienst waarin een persoon wordt behandeld als het eigendom van een ander persoon. De persoon die het bezit is, wordt slaaf genoemd, naar het Balkanvolk dat eeuwenlang de belangrijkste leverancier was van slaven. Het beeld van slavernij als Westerse misdaad van de 16e tot de 19e eeuw is niet volledig. Slavernij bestaat namelijk al zolang als de geschiedschrijving. Het Oude Egypte, Oude Griekenland, de Romeinen, maar ook de modernere Afrikaanse en Arabische culturen maakten veelvuldig gebruik van slaven. Ook in de Chinese, Indische en Amerikaanse indianenculturen kwam slavernij voor. Er waren wel verschillen in slavernij. Slavernij kwam voor als gedwongen dienstverlening: huishoudelijk werk, dienst in het leger of zware arbeid. Maar slavernij werd ook als strafoplegging toegepast. Soms kregen slaven loon, soms kost en inwoning, maar essentieel aan slavernij is de onvrijwilligheid. Er was geen keuze, men werd gedwongen. Een slaaf werkte meestal van geboorte of vangst tot de dood voor zijn eigenaar. In sommige culturen kon een slaaf zijn vrijheid wel verdienen of kopen.
In de 17e en 18e eeuw was in Nederland de slavenhandel een lucratieve bezigheid van met name de West-Indische Compagnie, hoewel pogingen in Nederland zelf slaven op de markt te brengen op weerstand gestoten waren.
In 1797 schreef de Schot in Nederlandse dienst, John Gabriël Stedman, het boek "Narrative of a five years expedition against the Revolted Negroes of Surinam". Dit door Johannes Allart als Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana vertaalde boek [1], werd door zijn omschrijvingen van de mishandelingen door Nederlandse slavenhouders en door de afbeeldingen van Stedman's vriend William Blake een belangrijk wapen voor de voorstanders van afschaffing van slavernij.
Nederland schafte op 1 juli 1863 de lucratieve slavernij officieel af. De Verenigde Staten volgden in 1865, na er de burgeroorlog over te hebben uitgevochten. Frankrijk schafte al tijdens de revolutie in 1789 de slavernij af (uiteraard paste slavernij niet goed bij de Gelijkheid, Vrijheid, Broederschap), alhoewel Napoleon I dat al weer snel terugdraaide. In 1807 verbood Groot-Brittannië de slavenhandel. Als laatste land ter wereld schafte Mauretanië de slavernij af, in 1980, hoewel in de praktijk deze afschaffing zeker niet overal is uitgevoerd.
Slavernij komt over de hele wereld nog steeds voor hoewel slavernij vrijwel overal illegaal is. Naar schatting 100 miljoen mensen leven nog in een situatie waarin ze gedwongen tewerk worden gesteld. Zelfs in Nederland komt slavernij voor in de vorm van gedwongen tewerkstelling in de prostitutie.
Het onderwerp van de slavernij en haar geschiedenis is dan ook nog steeds een belangrijk onderwerp voor schrijvers. Zo schreef de Zuid-Afrikaan Ronald Segal -lange jaren als ANC aanhanger in ballingschap- zowel een boek over de Westerse slavernij (The black diaspora 1996) als meer recentelijk een studie van de slavernij en slavenhandel van de islamitische wereld (Islam's black slaves 2001).
Kinderslavernij
Naar schatting tien miljoen kinderen werken als slaaf, hoewel ook wel schattingen van 100 miljoen worden gehoord. Kindsoldaten in Colombia en Afrika zijn voorbeelden van moderne slavernij. Verder werken kinderen als slaaf in steenmijnen en de tapijtindustrie in India, en op cacaoplantages in Ivoorkust. Op Haïti werken tenminste 400 duizend kinderen als slaaf; restaveks genoemd. Ook werken veel kinderen in ontwikkelingslanden onder dwang in de prostitutie.
De Indiër Kailash Satyarthi richtte in 1992 de Zuidaziatische Coalitie tegen Kinderslavernij (SACCS) op. De SACCS voerde een keurmerk in voor niet met kinderarbeid vervaardigde produkten, en voerde bevrijdingsakties uit. Ondanks felle protesten in India werden tienduizenden kinderen bevrijd. simple:Slavery