De sinus is een wiskundige functie. De naam betekent 'bocht' in het Latijn. De gebruikelijke weergave van de sinus-functie is sin( α)
Het argument van de sinus wordt vaak gezien als een hoek en dat heeft te maken met de oorspronkelijke definitie van de sinus, die was gebaseerd op de verhouding van de overliggende rechthoekszijde en de hypotenusa van een rechthoekige driehoek.
Deze oorspronkelijke definite beperkte echter het domein van het argument van 0° tot 180°. De sinus loopt van 0 tot 1 en terug naar 0 in dit interval maar niet lineair.
Men is daarom later overgestapt op een definitie gebaseerd op een eenheidscirkel in het platte vlak voorzien met cartesiaanse coördinaten. In die definitie is de sinus van een hoek α gelijk aan de y- coördinaat van het punt op de cirkel dat het snijpunt is van de cirkel met een straal die vanuit het middelpunt onder een hoek α met de x-as naar de cirkel wijst.
Het is nu ook mogelijk de sinus van hoeken groter van 180° te definiëren, en zelfs voor hoeken groter dan 360° of kleiner dan 0°. In dat geval gaan we echter de cirkel meer dan eens rond. Zo is de sinus van 361° gelijk aan de sinus van 1°. Dit betekent dat de sinusfunctie periodiek is. In de wiskunde is het gebruikelijk om hoeken niet in graden maar in radialen uit te drukken. 360° komt dan overeen met 2π radialen.
Toepassingen
De sinus en de verwante trigonometrische functies zoals de cosinus worden bijzonder veel toegepast, vooral in de studie van golven. Een van de eigenschappen van de sinus is dat de tweede afgeleide ook een sinus is (met een min-teken). Dit maakt de sinusfunctie een oplossing van de golfvergelijking die een differentiaalvergelijking van graad twee is.
geneeskunde
De sinus is de medische term voor voorhoofdsholte afkomstig uit het Latijn en ook in het Engels de gebruikelijke term daarvoor.