Geschiedenis
Sint Petersburg werd in 1703 gesticht door Peter de Grote als 'venster op het westen' en werd de hoofdstad van Rusland. Bij de bouw werden vooral dwangarbeiders ingezet. De stad kreeg een westers aanzien met onder meer zo'n veertig grachten naar Nederlands model
In 1905 was het het toneel van een eerste, mislukte revolutie. In 1914 werd Sint Petersburg omgedoopt in Petrograd: Sint Petersburg klonk te Duits, en Rusland was in oorlog met Duitsland. Tijdens deze Eerste Wereldoorlog volgden in 1917 de Februarirevolutie en de Oktoberrevolutie, die respectievelijk het einde van de tsaren en het begin van de sovjettijd inluidden. Petrograd verloor zijn status als hoofdstad. In 1924 kreeg Petrograd de naam Leningrad, als eerbetoon aan de overleden Lenin.
In de Tweede Wereldoorlog moest de stad een 29 maanden durende belegering door de nazi's doorstaan, die grote opofferingen van de burgerbevolking eiste. Gedurende de wintermaanden was er sporadisch enige bevoorrading over het nabijgelegen Ladogameer mogelijk, maar anderszins was er verschrikkelijke honger in de stad, wat zelfs tot kannibalisme leidde. Het juiste aantal doden (vooral onder de burgers) tijdens belegering is niet bekend. Alleen op Piskarjovo kerkhof werden meer dan 600000 doden begraven. Men schat dat er zeker meer dan miljoen mensen omgekomen waren.
Op 6 september 1991 krijgt Leningrad zijn oude naam terug van vóór 1914: Sint Petersburg. Het omringende oblast bleef Leningrad heten. nds:Sankt Pedersborg