 |
Rotstekeningen De Cro-Magnon mens was de eerste die pogingen deed om voorwerpen uit zijn milieu, hoofdzakelijk jachtdieren, weer te geven door graveringen in de wanden van holen en spelonken. Thans kent men vele honderden graveringen in rotswanden, meestal in grotten, en de weergegeven ijstijddieren zijn goed te herkennen. Er zijn tekeningen van mammoeten, oerossen, wolharige neushoorns, paarden, herten e.d. gevonden, daterend tussen de 30.000 en enige duizenden jaren geleden. Duizenden jaren zijn zulke schilderingen bewaard gebleven. In een grot in Altamira (Spaanse Pyreneeën) vond men de reproductie van een bizon op de zoldering geschilderd in helder rood, bruin en zwart. Waarschijnlijk waren ze maar weinig vervaagd sinds ze op de rotswand werden aangebracht. Gedeeltelijk is dit te danken aan de duisternis en de gelijkmatige temperatuur. Ook in vele grotten in de Dordogne (b.v. van Lascaux bij Montignac) zijn muurschilderingen ontdekt van bizons, paarden en herten in zwart, geel en rood. In andere grotten heeft men afbeeldingen van hele jachttaferelen gevonden. Merkwaardig is dat de mens zelf vrijwel in het geheel niet (enkele malen zeer schematisch) is getekend, terwijl de dieren vaak zeer levensecht en in karakteristieke houdingen en soms zelfs kleuren zijn afgebeeld. Door de grote publieke belangstelling voor dergelijke grotten verandert het klimaat er echter: de vochtigheid en temperatuur nemen toe, evenals het koolzuurgehalte. Een aantal schilderingen is daardoor dermate bedreigd dat ze inmiddels niet meer te bezichtigen zijn. Van de grot van Lascaux, een van de mooiste, is echter een facsimile gemaakt dat door duizenden touristen per week wordt bezocht. Ook op andere continenten bestaan zeer oude rotstekeningen en -schilderingen, b.v. in Australie, in de Sahara, en in Noord-Amerika. De verf werd op verschillende manieren aangebracht: met de vingers in de rode leem gedoopt, met eenvoudige kwasten, maar ook werd de verf in de mond genomen en op de rotswand gespuwd. Soms werd het pigment in rieten pijpjes verzameld en op een vochtig oppervlak geblazen. Samen met de drang om te versieren, heeft de mens steeds de behoefte gehad om zich uit te drukken. Dat zoiets op rotswanden gebeurde was een vanzelfsprekendheid, want dergelijke dragers waren er in overvloed. Het was geen vanzelfsprekendheid om dat in een donkere onbekende ruimte te gaan doen, want de mens was en is nog steeds bang in het donker. Afdalen in een donkere grot met een paar walmende fakkels om zich een beetje creatief te gaan gaan uitleven is een denkbeeld dat we kunnen verwerpen. Afbeeldingen ontstonden waarschijnlijk naar aanleiding van riten in verband met dood, vruchtbaarheid en het afweren van het boze. Naast de eerder besproken afbeeldingen van dieren werden er ook [tekens] aangebracht. Deze tekens werden onderverdeeld in vrouwelijke en mannelijke tekens. De zones rond de ingang van de grot, werden met mannelijke tekens gevuld, naar het midden van de grot toe, worden vrouwelijke symbolen aangetroffen evenwel vergezeld van mannelijke. De Franse prehistoricus André Leroi-Gourhan, beweert bovendien dat ook de afgebeelde dieren een sexuele betekenis hebben. Die hypothese wordt gesteund door de plaatsing op de rotswand van de groepen mannelijke en vrouwelijke dieren. Teken- en schilderkunst ontstond dus al zeer vroeg; hoewel er een aantal prehistorische gesneden beeldjes bekend is dat op ongeveer dezelfde ouderdom is gedateerd.
|
 |
|