Reykjavík is de hoofdstad van de republiek IJsland en ligt aan de voet van de berg Esja. Zijn inwoners zijn werkzaam in de visserij en fabrieksindustrie, als aanvulling op de gebruikelijke handel en dienstverlening welke hoofdsteden eigen is, hoewel er een grote variëteit is aan lichte industrie. Reykjavík is het landelijk centrum voor handel en transport, overheidsinstellingen, onderwijs en sociale en gezondheidsdiensten. Opvallend is, dat Reykjavík ook een van de belangrijkste vissershavens van het land is. Toen Ingölfur Arnarson (IJslands eerste kolonist) de zuidkust van IJsland naderde, gooide hij 2 balken overboord en zwoer dat hij op de plaats waar ze aan land zouden spoelen zijn boerderij zou bouwen. Hij vond ze terug op de plaats, die nu Reykjavík heet en vestigde er zich in 874. Hij noemde de plek Reykjavík ('rookbaai'), omdat hij stoom zag oprijzen uit de hete bronnen in de omgeving. In tegenstelling tot de naam is de stad volledig rookvrij sinds alle huizen verwarmd worden door geothermisch water. De boerderij van Ingölfur stond tussen de plekken waar tegenwoordig de City Hall en de oude haven liggen.
Reykjavík ontwikkelde zich pas tot een stad aan het eind van de 18e eeuw. Tot die tijd bestond het dorp uit een handvol boerderijen, maar rond het midden van de 18e eeuw begon deze kleine gemeenschap zich uit te breiden rond de wolververij, -weverij en touwfabriek van politieofficier Skúli Magnússon (wiens standbeeld op de hoek van Adalstraeti staat).
Toen Reykjavík in 1786 stadsrechten verkreeg leefden er ongeveer 170 inwoners. Hierna groeide het dorpje langzaam maar zeker en binnen een paar decennia verhuisden (of werden er ingesteld) de regeringszetels en de onderwijsinstanties er heen, zoals het Althing (parlement), het hooggerechtshof, de president, de bisschopszetel, de Latijnse school en de theologische school. In 1844 werd de enige drukpers in het land verplaatst van Videy naar Reykjavík. De universiteit van IJsland werd in 1911 in Reykjavík opgericht.
Destijds waren er ongeveer 12.000 inwoners. De groei van de stad heeft voor het merendeel in de 20e eeuw plaatsgevonden. Sinds de Tweede Wereldoorlog is zij extreem snel gegroeid, met tegenwoordig (december 1998) 105.617 inwoners op een oppervlakte van maar liefst 994 km2. In Groot-Reykjavík (Reykjavík inclusief voorsteden) woonden er 164.375. Dat is dus resp. 38% en 60% van de totale bevolking (275.277).