Psychoanalyse is zowel op te vatten als "Dè psychoanalyse" als de "psychoanalytische handeling". De psychoanalyse is de stroming in de psychiatrie die ontstond eind 19e eeuw. Het doel was om meer zicht te krijgen op de oorzaken van verschillende psychische symptomen. Anders dan tot dan toe gebruikelijk was werd er niet gekeken naar de fysieke grondslag, maar naar het onderbewuste. Op basis van heuristische theorievorming is de psychoanalyse gekomen tot haar eigen psychodynamische theorie. Naast het inhoudelijke aspect, is de psychoanalyse wel degelijk ook een beweging. De leider oprichter in de eerste dagen en jaren was Freud, elke woensdagavond kwamen in zijn Weense werkkamer de knappe koppen van de psychoanalyse bij elkaar. Deze bijeenkomsten groeiden uit tot een wereldbeweging van psychiaters, met sterke centra in Londen en New York. Zoals in zo veel beginnende bewegingen waren er veel disputen die uitliepen op ruzies. Niet in de laatste plaats omdat Freud zelf niet altijd makkelijk was. Zo hebben o.a. Carl Gustav Jung en Alfred Adler zich afgescheiden. Ook later waren er veel dissidenten binnen de beweging. Omdat deze steeds meer zinnige zaken zeiden en uiteindelijk zeer creatief bleken, kan men nu eigenlijk niet meer echt spreken van één beweging. Er is eerder sprake van verschillende stromingen; Object-relatie theorie, Self-psychologie, Ego-psychologie.
De psychoanalyse als handeling was oorspronkelijk het opwekken van associaties, bestuderen van versprekingen en dromen. Dit waren middelen om zicht te krijgen op het onbewuste. Naarmate de theorie meer gestalte kreeg werden de handelingen breder en werden duidelijker een vorm van psychotherapie in wezen de eerste gesprekstherapie. Daarvoor was alleen de hypnose op te vatten als psychotherapie.