Protein biosynthese is het maken van eiwitten in een organisme. Het wordt ook wel eiwitsynthese of translatie genoemd. Vervelend van het woord translatie is dat dit ook een gebruikt begrip is in de geneeskunde, waarbij bedoeld wordt de vertaling van één tak van geneeskunde, zoals het ontwikkelen van medicijnen, naar een andere tak, zoals de toepassing van die medicijnen bij patiënten. Eiwitten, zoals keratine, een eiwit in nagels en haren, of hemoglobine, voorkomend in rode bloedcellen, worden gemaakt in het celsap of cytoplasma door subcellulaire deeltjes, ribosomen genoemd. Er zijn duizenden ribosomen per cel; in een bacterie kan zelfs de helft van alle droge stof bestaan uit ribosomen. Eiwitten bestaan uit aminozuren. Ribosomen lezen de informatie van een boodschapper RNA, in het engels messenger RNA of mRNA, en vertalen die in de aminozuurvolgorde van eiwitten.
Er zijn vele tienduizenden soorten mogelijke eiwitten. Die worden gecodeerd op het DNA. Van DNA naar eiwit kan niet in een stap: DNA is verpakt in de kern van een cel, ribosomen zitten in het cytoplasma. Het DNA wordt eerst gekopieerd naar mRNA, het mRNA gaat van de kern naar het cytoplasma, en wordt dan herkend door ribosomen. Ribosomen koppelen aminozuren aan elkaar op grond van de volgorde van de informatie op het mRNA. Daardoor is elk eiwit gecodeerd aanwezig in het mRNA, en dus ook op het DNA. Een mRNA codeert dus voor een soort eiwit.