Tagoror  

Encyclopedie




Pontius Pilatus

Pontius Pilatus was van 26 - 36 na Chr. de 5e Romeinse procurator van Judea, de belangrijkste provincie van het toenmalige Palestina. Hij was afkomstig uit het oude geslacht van de Pontii. Hij wordt onder meer in de Bijbel, in het Nieuwe Testament, genoemd als degene die Jezus van Nazareth liet kruisigen.

Philo van Alexandrië beschrijft hem als een harde, onbuigzame man. Volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (Ant. 18:3) kwetste hij de Joden diep door na verplaatsing van het Romeinse garnizoen van Ceasarea naar Jeruzalem heimelijk midden in de nacht Romeinse insignia met de beeltenis van de keizer op een openbare plaats in Jeruzalem neer te laten zetten. Voor de Joden waren beeltenissen van personen een gruwel (een van de Tien geboden). Zijn voorgangers hadden daar rekening mee gehouden, maar Pilatus negeerde deze gevoeligheid. Deze daad veroorzaakte een volksopstand in Ceasarea. Na lang aanhouden van beide kanten zwichtte Pilatus uiteindeljk en verplaatste de beeltenissen van de keizer van Jeruzalem terug naar Ceasarea.

Ook gebruikte Pilatus volgens Philo en Josephus geld uit de tempelkas om een watervoorziening te laten aanleggen. Tienduizenden Joden, waaronder veel Galileërs, stroomden naar Jeruzalem voor een massaal protest, wat eindigde in een bloedbad. Soldaten als burgers vermomd doodden zonder onderscheid een groot aantal demonstranten. Dit alles zette natuurlijk kwaad bloed.

Op 18 oktober van het jaar 31 werd Pilatus' positie verzwakt door de val van zijn vriend Sejanus, een gunsteling van keizer Tiberius. Door gekonkel en intriges had deze Sejanus veel macht in het Romeinse Rijk verworven. Maar toen een complot werd ontdekt om de keizerlijke macht te grijpen werd hij terechtgesteld. Het is mogelijk dat Pilatus vanaf die tijd heel beducht was voor enige verdenking vanuit Rome dat hij de keizer ontrouw zou zijn.

Uit het bijbelverslag van de rechtszaak tegen Jezus, niet lang daarna, lijkt het er veel op dat Pilatus inderdaad gevoelig was voor zijn reputatie naar de keizer toe. Ondanks het feit dat hij geen grond voor de doodstraf kon vinden, gaf hij volgens Josephus en het bijbelverslag toe aan de druk van Joodse leiders, toen die Jezus de uitspraak 'Ik ben de Koning der Joden' in de mond legden en dreigden Pilatus' weigering als minachting van het gezag van de keizer in Rome over te brengen.

In 36 na Chr. kwam Pilatus ten val. De directe aanleiding was een incident op de berg Gerizzim, een voor Samaritanen zeer heilige berg, waar een grote groep van hen op aanwijzing van een profeet naar de heilige ark met inhoud wilden graven. Pilatus vertrouwde de samenscholing niet en liet een aantal van hen ombrengen. Er ging een klacht met een beschuldiging van moord op onschuldige burgers naar consul Vitellus, heerser over Siryë. Die gebood Pilatus naar Rome te gaan om tekst en uitleg te geven aan keizer Tiberius en benoemde Marcellus als procurator van Judea en Jeruzalem in zijn plaats. Toen Pilatus, die Vitellus niet ongehoorzaam durfde te zijn, op 16 maart 37 in Rome aankwam was Tiberius al gestorven. Het is niet zeker of Pilatus zelfmoord pleegde of door een natuurlijke oorzaak aan zijn einde kwam.




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.