Pol Pot (19 mei 1928-15 april 1998) was een Cambodjaans dictator en leider van de Rode Khmer.
Pol Pot was gelieerd aan de koninklijke familie van Cambodja. Hij studeerde in een Boeddhistisch klooster en was twee jaar monnik. Vervolgens studeerde hij electrotechniek in Parijs. Na zijn terugkeer in Cambodja sloot hij zich (jaren vijftig) aan bij de Indochinese (zie: Indochina) communistische partij van Ho Chi Minh (1946) en vocht in de koloniale oorlog tegen de Fransen. In 1960 werd hij lid van de Communistische Partij van het toenmailige Kampuchea (nu Cambodja). In 1963 werd Pol Pot gekozen tot secretaris van het centraal comité van de communistische partij. In de jaren zestig voerde hij de guerrillastrijd van de militaire vleugel van de communistische partij, de Rode Khmer aan tegen het bewind van Prins Shihanoek. Na de afzetting van Shihanoek door Lon Nol bestreed hij de laatste.
In april 1975 bezette de Rode Khmer de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh en Pol Pot werd dictator van Cambodja. Pol Pot trachtte op bloedige wijze om van Cambodja een communistische landbouwstaat te maken. Steden moesten verdwijnen en iedereen moest boer worden. Personen die niet mee werkten werden omgebracht. Ook intellectuelen en academici werden omgebracht. Pol Pot geloofde namelijk niet in hun ideeën en beschouwde hen als lastige obstakels. Over het geïsoleerde regime van Pol Pot was aanvankelijk niets bekend, maar na verloop van tijd werd het voor de buitenwereld duidelijk wat er in Cambodja gebeurde.
In 1979 vielen de troepen van de communistische buurstaat, Vietnam, Cambodja binnen en verdreven Pol Pot. Pol Pot wist echter bijna twintig jaar stand te houden in de jungle. Meer dan tien jaar werd Cambodja door Vietnam bezet. De Vietnamese bezetters maakten duidelijk wat er voor een misdaden werden gepleegd onder het bewind van Pol Pot en veroordeelde het regime als 'rood fascistisch.' Pol Pot overleed in 1998.