Ontdekking en observatie
Phobos werd ontdekt door Asaph Hall op 17 augustus 1870 en is gefotografeerd door Mariner 9 in 1971, Viking 1 in 1977 en door het ruimtevaartuig Phobos in 1988.
Phobos en ook zijn broertje Deimos zijn waarschijnlijk twee ingevangen meteorieten. De Mars Global Surveyor ontdekte echter dat Phobos bestond uit een gedeelte ijs en een gedeelte steen en dat, net zoals bij onze maan, hij bedekt is met een stoflaag van ongeveer een meter dik. Het ruimtetuig Phobos 2 nam ook gassen waar die aan het oppervlak van de maan ontsnapten, maar stopte te snel met functioneren om de gassen nog te kunnen identificeren. Er wordt sterk gedacht aan waterdamp.
Kenmerken
Kenmerkend aan deze kleine maan is de krater Stickney, genoemd naar Hall's vrouw. Deze krater heeft een diameter van ongeveer 9 km en is ontstaan door de inslag van en grote meteoriet die het hele maantje door elkaar heeft geschud en grote barsten veroorzaakt die nu nog steeds waarneembaar zijn.
Temperatuur
De temperaturen op Phobos kunnen schommelen tussen de -4°C (in het duistere gedeelte) en de 112°C (in het zonnige gedeelte)