Parmenides is rond 540 voor Christus geboren. Hij stelt waarheid en weten tegenover schijn en voorstelling.
Alleen via de rede kom je volgens hem echt iets te weten.
Een probleem is volgens Parmenides dat de rede leert dat je alleen een Zijn kunt denken, niet een niet-Zijn.
Het Zijn is ruimtelijk; er is dus geen lege ruimte mogelijk. En bijgevolg ook geen beweging, want als een voorwerp zich ergens heen zou bewegen zou daar eerst lege ruimte moeten zijn.
Ook worden is uitgesloten: dat wat "worden" gaat "is" tevoren nog niet. Alle verandering is maar schijn. Het werkelijk zijnde ontstaat niet, verandert niet, gaat niet verloren, kent geen veelheid of verscheidenheid: het is één en ondeelbaar.
Tegenover het Zijnde staat niets, dus ook niet het denken. "Denken en Zijn is één en hetzelfde."
Parmenides is voor latere tijden belangrijk, niet vanwege de onmogelijkheid van de verandering (dat is al te absurd), maar wel vanwege de idee dat stof onvernietigbaar is. De stof is datgene dat blijft en waarover in de loop van de tijd verschillende dingen gezegd kunnen worden. Dit zou een basisidee worden voor filosofie, psychologie, natuurwetenschap en theologie.