Tagoror  

Encyclopedie




Papiamento

Papiamento (in het Nederlands ook wel Papiaments genoemd) is een erkende, maar niet officiële taal die gesproken op een aantal eilanden in het Caribbisch gebied, waaronder de Benedenwindse Eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao.

Table of contents
1 Naam
2 Status
3 Ontstaan
4 Moedertaal

Naam

De naam Papiamento is afgeleid van de Portugese en Spaanse termen voor spreken (respectievelijk papia en papear). Ondanks de geruime tijd waarin het Papiamento al gesproken wordt, is men er nog niet in geslaagd om tot één uniforme en vastgelegde taal te komen. Er bestaat dus géén Groen Boekje dat door de regering is erkend. In het Papiamento zelf wordt de taal Papiamentu genoemd.

Status

Hoewel op de Nederlandse Antillen het Nederlands de officiële taal is, wordt het Papiamento in de praktijk door een groot deel van de bevolking gesproken op de Benedenwindse Eilanden gesproken. Op de Bovenwindse Eilanden (Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba), zijn Engels, Frans en Spaans de meest gesproken talen.

Ontstaan

Ondanks de vele onderzoeken die gedaan zijn naar de oorsprong van het Papiamento is nog niemand in staat gebleken de exacte bron te verklaren. Bekend is dat de taal is ontstaan omstreeks de zeventiende eeuw; een tijd waarin de slavernij hoogtijdagen vierde op de ABC-eilanden (Aruba, Bonaire en Curaçao). De West Indische Compagnie had in die tijd een slavendepot op Curaçao, van waaruit slaven gekocht en verkocht werden aan landen over de hele wereld. Een groot deel van deze slaven kwam uit Zuid-Amerika of Afrika. Deze slaven werden behalve voor de handel ook gebruikt om te werken op de plantages of zoutmijnen van de Nederlandse koloniën. De oudste kwalificatie van de Curaçaose volkstaal ooit gepubliceerd, is de verklaring van Pater Schabel dat de negerslaven van Curaçao gebroken Spaans spraken. De meest waarschijnlijke theorie over het ontstaan van het Papiamento is dan ook dat de taal gegroeid is uit de wil van de slaven om met elkaar te kunnen communiceren. De taal is dan ook een mengelmoes van verschillende talen; het Spaans, Portugees, Nederlands, Engels en Afrikaanse dialecten. De geleerden zijn er echter nog uit welke van deze talen de grootste invloed heeft gehad, en hoe de taal precies verder ontwikkeld is. Sommige onderzoeken wijzen uit dat het Spaans de grootste invloed op de taal heeft gehad (gezien het groot aantal overeenkomstige werkwoorden). Andere onderzoeken houden het op een Braziliaanse/Creoolse invloed. Het meest recente onderzoek gaat er echter van uit dat er een grote Proto-Afro-Portugese invloed is, en zoekt dus verbanden met de verschillende landen in Afrika.

Toen in 1634 de Nederlanders Curaçao van de Spanjaarden veroverden bestond er geen uitgebreid onderwijssysteem op de ABC-eilanden. De West Indische Compagnie zag het echter als haar plicht om goed onderwijs te verzorgen en stuurde dus een Nederlandse schoolmeester naar Curaçao. Deze docent verzorgde lessen in het lezen, schrijven, rekenen en de Nederduitse taal. Terwijl op de plantages en de zoutmijnen het Papiamento verrees als een echte taal, verzette een klein deel van de bewoners (voornamelijk de blanken) zich tegen het gebruik van deze ongewenste (voor hun onverstaanbare) taal. Zo werd in 1818 een boekje uitgegeven (Beschrijving van het eiland Caraçao en onderhoorige eilanden) waarin de vooroordelen tegen het Papiamento onvervalst tot uitdrukking werden gebracht, getuige bijvoorbeeld het volgende citaat:

''De vorige bewoners van dit eiland Indianen zijnde, onder Spaansche overheersing geraakt, heeft zulk een mengelmoes of jargon doen geboren worden, hetwelk door de komst der Hollanders nog veranderd is. Het papiament (van pappiar, spreken) bestaat uit bedorven Spaansch, Indiaansch en Hollansch, arm in woorden, zonder buiging, voeging of geslacht onderscheiden, maar rijk in hevig door de keel uitgesproken wordende schelle klanken, en vooral in scheldwoorden. Onverdragelijk is dit gekakel voor het fijnere oor van den Europeaan bij zijnde eerste aankomst, en moeijelijk kan men zich aan dit kalkoenen geluid wennen. Niet alleen de Negers, Mulatten en andere kleurlingen spreken dit jargon, maar ook de blanken, vooral de Creolen, wier kinderen, door Negerinnen gezoogd, door dezelfde eerste indrukselen ontvangende, niets dan Creoolsch of Papiament spreken, en dan naderhand het Hollandsch of Nederduitssch doorgaans gebrekkig en onvolkomen leeren, hetzelve nog gebrekkiger lezende en schrijvende. Deze kwade gewoonte, vooral onder de schoone kunne is zoo ingeworteld, dat daaraan geen verbeteren schijnt te zijn. In verscheiden huisgezinnen, is het Nederduitsch zoo bekend als het Arabisch; en echter rekenen zij zich van Nederlansche afkomst. Van daar dan ook de verbazende moeite voor den onderwijzer, om zijne leerlingen met de Hollandsche taal gemeenzaam te maken, daar zij Nederduitsch Papiament met moeite sprekende, telkens de geslachten verwarren, het toekomende, tegenwoordige en voorledenen door een haspelen, en alzoo dikwijls onverstaanbaar worden.

Het onderwijssysteem was aan het begin van de negentiende eeuw behoorlijk uitgebreid en er werd op sommige scholen zelfs lessen in het Papiamento gegeven. Dit was vaak meer van praktische aard, omdat de bevolking van de plattelandsgebieden uitsluitend het Papiamento beheerste. Het was ook deze tijd dat veel blanken zich hier fel tegen verzetten. Onder aandringen van deze blanke bewoners werd in 1838 het volgende besluit genomen dat het Nederlands de enige toegelaten taal op scholen was. Tot op de dag van vandaag (2004) is dit besluit niet ingetrokken.

Het verplicht stellen van het Nederlands als onderwijstaal had echter geen gunstig effect op het onderwijs. De prestaties van studenten bleven ver achter bij de prestaties van leeftijdgenoten in Nederland. De toenmalige secretaris van de schoolcommissie, de heer A.M. Chumaceiro, wees als belangrijkste oorzaak van de slechte prestaties het taalprobleem aan. Hij vond dat het onaanvaardbaar dat de leerlingen een vreemde taal diende te leren, zonder dat zij de moedertaal goed machtig waren. Hij omschreef dat treffend in de volgende zinsnede uit 1884:

Is men er overal tegen, kinderen iets te doen leren, dat zij niet verstaan, hen als papagaaien lessen te doen opdreunen, waarvan de woorden, zoals zij die wedergeven, voor anderen moeijelijk te verstaan zijn, men kan het den Curaçaoschen onderwijzer niet euvel duiden, dat hij dit beginsel dikwijls opoffert, en zich met uitkomsten vergenoegt, die uit een opvoedkundig oogpunt als hoogst onvoldoende moeten beschouwd worden.

Ondanks de adviezen van de schoolcommissie en tal van deskundigen, hield de Staten vast aan de in de zeventiende eeuw gezette toon. Er vond zelfs een verschuiving plaats van zoveel mogelijk Nederlands naar uitsluitend Nederlands.

In 1935 vond echter een kleine verandering plaats. De onderwijsverordening ten aanzien van het Papiamento in het onderwijs werd in één artikel aangepast:

... in de eilandgebieden Aruba, Bonaire en Curaçao kan, met toestemming van de gouverneur, op bepaalde scholen of in bepaalde klassen de papiamentse taal als voertaal bij het onderwijs worden gebezigd.

Dit was een stap in de richting van het Papiamento als instructietaal, ware het niet dat nimmer een beroep op de gouverneur gedaan werd. Een ware mijlpaal in de geschiedenis van het Papiamento werd in 1950 gezet toen de Staten de wens uitsprak om het Papiamento te maken tot voertaal in de laagste klassen van het basisonderwijs. Deze wens was niet te realiseren zonder een juiste leermethode, een goede grammatica en een officiële spelling. Daarom werd nog in het zelfde jaar een taalcommissie opgericht. Deze door de staat aangestelde groep onderzoekers kreeg de opdracht een meertalig woordenboek (dikshinario) te ontwikkelen, waarin ook het Papiamento opgenomen werd. Dit boek zou tevens een vaste spelling en grammatica moeten vaststellen, zodat men uiteindelijk aan de hand van dit boek het Papiamento als instructietaal kon invoeren. Dat is dus inmiddels ruim 50 jaar geleden en nog steeds staat de spelling en grammatica nog niet geheel vast.

Onder invloed van een stijgende werkloosheid en een groeiend gevoel van politiek onbehagen werd veel kritiek geuit op het sociaal-economisch en politiek beleid van de regering. Dit leidde tot acties en demonstraties van de bevolking, welke uiteindelijk de rellen van 30 mei 1969 tot gevolg hadden. Op deze 30ste mei van 1969 werden grote delen van Willemstad geplunderd en platgebrand. Een zwarte dag in de geschiedenis van Curaçao, een dag waarvan men de gevolgen heden ten dagen nog zo duidelijk kan zien. De onlusten van '69 versnelden het proces van culturele bewustwording en luidden drastische veranderingen in op sociaal en politiek gebied. Bij het zoeken naar de eigen identiteit dat deze processen begeleidde, kwam de nadruk sterk te liggen op het gebruik van de volkstaal. Begin jaren zeventig is er weer een voorzichtige start gemaakt met Papiamento in het onderwijs. Ondanks het feit dat de officiële spelling- en grammaticawijze nog steeds niet vast staat, werd er begonnen met de ontwikkeling van lesmateriaal in het Papiamento voor de laagste klassen van het basisonderwijs. Na tal van studies en afgewezen spellingswijzen werd in 1976 de spelling-Römer-Maduro-Jonis door het bestuurscollege van het eilandgebied Curaçao aangewezen voor algemeen en educatief gebruik. Doordat deze beslissing er één was van de individuele eilandgebieden, kon Aruba kiezen voor een spelling die gebaseerd was op de etymologie.

Moedertaal

Voor 79,3 procent van de bevolking van Bonaire en Curaçao is het Papiamento de moedertaal (1983), terwijl het percentage dat van huis uit Nederlands spreekt slechts 8,6% bedraagt. Dit heeft een directe invloed op het taalgebruik op school en in de thuissituatie. Een onderzoek uit 1986 onder leerlingen uit de 2e en 6e klas van het basisonderwijs, gaf de volgende resultaten met betrekking tot hun voertaal.

Thuis spreek ik alleen Papiamento
gem. max. min.
Klas 2 63% 81% 49%
Klas 6 58% 84% 24%


Thuis spreek ik Papiamento en een beetje Nederlands
gem. max. min.
Klas 2 36% 51% 19%
Klas 6 37% 69% 12%


Thuis spreek ik net zo veel Papiamento als Nederlands
gem. max. min.
Klas 2 1% 6% 0%
Klas 6 5% 14% 0%


Buiten schooltijd spreek ik tegen niemand Nederlands
gem. max. min.
Klas 2 47% 59% 25%
Klas 6 32% 58% 5%


De uiteenlopende uitkomsten (maximaal en minimaal) zijn terug te vinden in de verschillende scholen, schooltypen en milieu's waar de onderzoeken gedaan zijn.

Kinderen die thuis van jongs af aan opgroeien met het Papiamento ontvangen op school lessen gegeven in het Nederlands. Een taal die sowieso niet één-op-één staat met het Papiamento. Zo kennen beide talen woorden en uitdrukkingen, die eigenlijk niet te vertalen zijn. De leerlingen moeten dus tijdens hun schoolse leven continu een omschakeling maken tussen Papiamento denken, Nederlands horen, vertalen, denken en vervolgens weer in het Nederlands antwoorden. Zo kan het dus voorkomen dat leerlingen meer problemen hebben met de vraagstelling dan met de stof zelf. Zo stelde Mevr. N. Winkel tijdens één van haar onderzoeken, de volgende vraag; Hoe luidt de wet der communicerende vaten? Het antwoord van de zesdejaars was: Ting-tong, ting-tong. Dit was geen vorm van brutaliteit, maar het antwoord op de vraag; Hoe luidt...... De leerling kende immers maar één manier van 'luiden' en dat is het luiden van een klok.




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.