Ozon (O3) is een vorm van zuurstof, dat normaal als O2 in de atmosfeer voorkomt. Bij standaardtemperatuur en -druk is ozon een blauw gas. In vloeibare vorm is het donkerblauw, met een kookpunt van -112 °C. Het smeltpunt is bij -193 °C. Daaronder is ozon een donkerblauwe vaste stof. Het molecuul heeft een gebogen vorm met een hoek van iets minder dan 120 graden.
Ozon is ontdekt door Christian Friedrich Schonbein in 1840. De naam komt van het oudgrieks 'ozein' wat 'rieken' betekent. Ozon is een sterk prikkelend en reactief gas en een sterke oxidator. Het maakt een belangrijke component uit van luchtvervuiling, waar het ontstaat in fotochemische smog.
ozonlaag in de atmosfeer
Ozon ontstaat van nature in de atmosfeer onder invloed van elektrische ontladingen (onweer!) en door ultraviolette straling van de zon in de bovenste lagen van de atmosfeer (de stratosfeer). Op deze hoogte is ozon een zeer gewenst gas, omdat het daar de schadelijke ultraviolette straling van de zon tegenhoudt ('de ozonlaag'). Zonder deze ozonlaag zou meer UV het aardoppervlak bereiken, wat kan lijden tot meer huidkanker, en aantasting van kleinere organismen zoals plankton.
De ozonlaag wordt aangetast door synthetisch gefabriceerde gassen, zoals drijfgassen uit spuitbussen en hulpgassen uit koelkasten en airconditioning systemen. Met name alle varianten van CFK (chloor fluor koolwaterstoffen) werden gezien als de boosdoener. De aantasting van de ozonlaag komt tot uitdrukking in het ozongat boven Antarctica, dat in het vroege voorjaar aldaar steeds groter werd. Op grond hiervan zijn CFK's verboden op grond van het Montreal Protocol, dat op 1 januari 1989 van kracht is geworden. De meningen zijn echter verdeeld over de wetenschappelijke basis hiervan.
ozon en gezondheid
Het is niet gezond om langdurig ozon in te ademen, ook niet in lage concentraties. Sommige kopieerapparaten en computerprinters produceren ozon en moeten daarom niet in een kamer waarin ook gewerkt wordt worden geplaatst. gebruik van ozon
Ozon is desinfecterend, en wordt gebruikt om bijvoorbeeld water te ontsmetten. Voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld Chloor is dat het geen smaak achterlaat.