Met Oudheid wordt over het algemeen het tijdvak bedoeld dat aanvangt met de introductie van het schrift en die eindigt in de vijfde eeuw na Christus met wat "de grote volksverhuizing" wordt genoemd en de verovering van Rome door de Goten onder Odoaker, en daarmee het einde van het West-Romeinse Rijk, in 476 n.C. Gebruik van de term Oudheid is niet alleen in tijd, maar ook geografisch bepaald. Het gebied waarvoor toepassing wordt gegeven aan de term beperkt zich in het dagelijks gebruik tot Europa, Klein-Azië en het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De Oudheid begint in West-Europa eerst met de verovering hiervan door de Romeinen rond het jaar 50 voor Christus.
Daarmee was West-Europa een latertje. Andere delen van de wereld bevonden zich reeds veel eerder in beschreven en dus historische tijden. Met name het Faraonitisch Egypte en de Soemeriërs in het huidige Irak en Iran kenden reeds een schrift voor 3000 v.C.
In de eeuwen 1800 en 1900 zijn er grote discussies geweest over de werkelijke periodisering. Uitgaande van het West-Romeinse Rijk, eindigde de oudheid in 476. Echter, in het oosten bleef het Oost-Romeinse Rijk nog tot 1452 bestaan. Als dit als criterium wordt gebruikt, eindigde de oudheid in 1452. Weer andere historici beweren dat de oudheid werkelijk eindigde in de 19e eeuw. In deze eeuw kwam namelijk het "Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie" ten einde (controle?). Het Heilige Roomse Rijk had ook nog een keizer, net als de Romeinen die hadden. Voor het gemak is toch maar uitgegaan van het eerste, namelijk 476.