Op-art is een stroming in de moderne kunst. Het is een afkorting van Optical Art. Op-art ontstond uit de geometrische abstracte kunst en wordt wel eens te nauw verbonden met de kinetische kunst.
Veel mensen, ook de minder ervaren kunstliefhebbers, vonden op-art leuk. Het is een makkelijk toegankelijke kunstvorm.
Geschiedenis
De start van op-art ligt net voor de Tweede Wereldoorlog, toen al Franse abstracte kunstenaars experimenteerden met optische fenomenen, die ze gebruikten om niet-narratieve of niet-suggestieve composities samen te stellen. Met geometrische combinaties, transparanties en overlappingen werden optische, zoniet kinetische, indrukken en reacties gecreërd.
Na de bevrijding, in 1944, groepeerden in de pas opgerichte galerij van Denise René, te Parijs, zich een aantal kunstenaars omheen de van oorsprong Hogaarse schilder Victor Vasarelly.
De term op-art werd echter pas voor het eerst in druk genoemd in Time Magazine, in oktober 1964, en compleet gedefinieerd door R.H. Carraher en J. Thurston in hun studie Optical Illusions and the Visual Arts, in 1966. Men kan daarbij niet om het werk van de Yale-professor Josef Albers Interaction of colors, uit 1963, heen.
Vanaf ongeveer 1963 nam de op-art een grote vlucht en werd deze zelfs in de mode toegepast, waar vooral zwart-witte stoffen met geometrische figuren bijvoorbeeld in japonnen werden toegepast.
Op-art mondde uiteindelijk uit in de kinetische kunst, in de hard-edge en in de minimal art.
Kunstenaars
Voor systematische composities zorgden Debourg, Garcia-Rossi, Sobrino, Le Parc, Demarco en Servanes, terwijl Morellet, Soto en Stein gemoireerde effecten creëerden. Agam, Cruz Diez, Yvaral, Vardanega, en Martha Boto verwerkten eenvoudige optische elementen. In Italië kwamen Alviani, De Vecchi, Colombo en Mari aan bod, terwijl men in Spanje Duarte en Ibarrola vooropstelde. Hacker, Mack, Piene en Graevenitz maakten naam in Duitsland, Picelj werkte in Yougoslavië en Talmann metGerstner deden het in Zwitserland, aldus de beweging stevig internationaliserend.
Uit de Amerikaanse kunstenaarswereld vallen hierbij de namen op van Frank Stella, Larry Poons,Richard Anuszkievicz, Julian Stanczak, John Goodyear, Henry Pearson, Mon Levinson, Elsworth Kelly, Kenneth Noland en de leden van de Anonyma Group Ernst Benkert, Francis R. Hewitt en Edwin Mienczkowski.
In België werden Willy Plompen en Jan Van Den Abeel bekroond met hun optische effecten, in 1968.
In de Beeldhouwkunst volgden Tony Smith, Don Judd en Robert Morris eenzelfde weg.