Verklaring van bliksem
Bliksem is een ontlading tussen negatieve en positieve lading: de aarde onder de bui is positief geladen; de onderkant van de bui is negatief geladen; en de bovenkant van de bui is positief geladen. De bovenkant van de bui is positief geladen omdat bij het bevriezen van het water een ladingscheiding optreedt, waardoor dit wordt veroorzaakt is in 2003 nog steeds niet duidelijk. De ontlading (negatief) (bliksem in dit geval) wil dus naar beneden en naar boven (naar de 2 positieve velden) toe, maar een kwart van de bliksems gaat naar de aarde toe.
Om een flinke ontlading te kunnen maken moet er eerst een bliksemkanaal gemaakt worden, een kanaal dat vol zit met geladen ionen, waardoor het geleidend wordt en de bliksem naar de aarde wordt geleid. Want de bliksem kan niet zomaar overspringen, want daar is de lucht een te slechte geleider voor, zelfs bij een spanning van meer dan 10 miljoen Volt, kan er nog steeds geen vonk overspringen zonder bliksemkanaal. Er wordt stapsgewijs een kanaal gebouwd door lucht die om de een of andere reden beter kan geleiden dan de rest.
- Het begint allemaal met voorontlading. Die zoekt als het ware al een weg voor het bliksemkanaal. Het kanaal kan zich in vele richtingen "voortplanten".
- Nu kan het kanaal gebouwd worden en komt het dichtbij de grond (nooit helemaal!)
- Als het kanaal dicht genoeg bij de grond is gekomen, kan er van de aarde een kanaal met positieve lading worden gebouwd dat aansluit op het kanaal met negatieve lading. Dit gebeurd van een zo hoog mogelijk punt (een boom, een flat, een vlaggenstok of een bliksemafleider bijvoorbeeld) dit heet een grondkanaal. Als het grondkanaal gemaakt is dan kan er een grote ontlanding komen, dit zien wij als een bliksemflits. Vaak zijn er meer grondkanalen gemaakt maar de bliksem kan er maar door een door. Vaak vinden er meerdere onladingen plaats door 1 kanaal.