De ontsnappingssnelheid van een hemellichaam (meestal een planeet) is de minimale snelheid waarmee een niet-aangedreven voorwerp vanaf die planeet zou moeten worden weggeschoten (onder ideale theoretische condities, geen wrijving van de atmosfeer, geen invloed van andere hemellichamen) zodat het tot in het oneindige van dat hemellichaam af blijft bewegen en niet naar het hemellichaam terugvalt. Een andere, mathematisch equivalente, formulering is dat de ontsnappingsssnelheid de snelheid is waarmee een voorwerp, van oneindig hoog vallend, op het oppervlak zou botsen. De beginsnelheid (in het oneindige) moet dan nul zijn, en er moet ook aangenomen worden dat er geen luchtwrijving en dergelijk optreedt.
De integraal van oneindig ver weg tot op het oppervlak van de planeet over de zwaartekracht geeft voor een voorwerp met massa m de benodigde potentiële energie, waaruit via e= 1/2 mv2 de ontsnappingssnelheid volgt.
Een kortere formule is v = sqrt(2gR)
waarbij g de zwaartekrachtsversnelling aan het oppervlak is.
Voor de aarde is de ontsnappingssnelheid ongeveer 11,1 km per seconde, voor de maan 2,38 km/s, voor de planeet Jupiter 59,5 km/s en voor de zon 600 km/s