Kleurechtheid
De kleurechtheid van een pigment is vanzelfsprekend van belang. Sommige kleuren zijn echter alleen verkrijgbaar in een minder kleurechte versie. Bij de betere verfsoorten is de kleurvastheid aangegeven op de tube. Giftigheid
Sommige verfsoorten zijn giftig, bijvoorbeeld de verfkleuren gebaseerd op cadmium of andere zware metalen (loodwit bijvoorbeeld). Vaak zijn deze metaalkleuren echter zeer fraai, hoewel er synthetische benaderingen van beschikbaar zijn. Het is in elk geval beter om intensief contact met de huid van deze verftypes te vermijden, en de verf direct met warm water en zeep te verwijderen. Ook het inademen van terpentijn en terpentine zou vermeden moeten worden, maar dit is vrijwel onvermijdelijk. Het is verstandig het atelier goed te ventileren bij gebruik van deze oplosmiddellen.
Droogtijd
Ongeveer twaalf uur nadat de olieverf op de drager is aangebracht, begint het droogproces. Het bindmiddel wordt hard door verdamping van het oplosmiddel.
Olieverf heeft een lange droogtijd, die bij zeer dik opgebrachte verf wel een paar maanden kan bedragen. Dun opgebrachte verf is in een week wel droog. Olieverf krijgt na het drogen een stevige, leerachtige laag. De droogtijd hangt af van de mate van verdunning, het type olie, de dikte van de laag, de temperatuur, maar ook van de kleur. In sommige kleuren olieverf zit relatief veel pigment poeder en weinig olie, bijvoorbeeld omdat het pigment niet zo'n sterk kleureffect geeft. Deze kleuren, meestal zijn dit de aardkleuren zoals oker, sienna en omber, drogen hierdoor snel. Omdat verf met deze pigmenten tevens relatief goedkoop is wordt deze veel voor de onderschildering gebruikt. Kleuren als kraplak en karmijn drogen zeer langzaam.
Veel schilders met olieverf vinden de lange droogtijd prettig, want dit maakt het mogelijk om lang in het schilderij door te werken, en ook om vergissingen uit te wissen met terpentine. Andere schilders hebben behoefte aan een korte droogtijd, en mengen daartoe een droogmiddel door de verf. Soms heeft dit catastrofale gevolgen. Mondriaan gebruikte bijvoorbeeld petroleum als droogmiddel, waardoor zijn schilderijen veel barsten zijn gaan vertonen. Tegenwoordig (2003) gaan schilders die de lange droogtijd niet prettig vinden vaak over op het gebruik van acrylverf of alkydverf. Het is echter niet bekend of deze verfsoorten de eeuwen kunnen doorstaan, zoals wel het geval is met olieverf.
Vernis
Een olieverfschilderij wordt vaak beschermd door een laag vernis. Met een glanzende vernis komen de diepe kleuren van olieverf volledig tot hun recht. De hoge glans wordt echter niet door iedereen gewaardeerd en er bestaan dan ook matte of halfglanzende soorten vernis. Vóór het aanbrengen van de vernis moet het schilderij echter volledig droog zijn. Meestal laat men een olieverfschilderij daarvoor een half jaar goed drogen. Wordt het schilderij eerder verkocht, dan zou de eigenaar het terug moeten brengen aan de kunstenaar om het te laten vernissen. Met retoucheervernis kan een schilderij kortdurend worden beschermd. Door deze dunne vernis kan de verf daaronder verder drogen.
Geschiedenis
Velen denken dat Jan van Eyck (ca. 1390-1441) de olieverf heeft uitgevonden. In elk geval was hij wel de eerste die de verf zo briljant en voorzien van vernis heeft toegepast. Oude Italiaanse bronnen melden dat ene Giovanni de Bruggia (Jan van Brugge) de uitvinder is van de olieverf, die wellicht dezelfde zou zijn als Jan van Eyck. Van Eyck had echter een voorganger in Robert Campin (1375-1444), de Meester van Flemalle
Waarschijnlijk is olieverf ontwikkeld in de late Middeleeuwen voor decoratieve doeleinden, voor het beschilderen van wapenschilden bijvoorbeeld. Olieverf is namelijk veel sterker dan de voorheen gebruikte tempera verf, die bestaat uit ei met pigment.