Tagoror  

Encyclopedie




Nederland in de Tweede Wereldoorlog

Dit artikel beschrijft het verloop van de tweede wereldoorlog in Nederland. Voor een overzicht van de tweede wereldoorlog in internationaal perspectief, raadpleeg het artikel over de tweede wereldoorlog.

Aanloop naar de oorlog

In de periode tussen de eerste en de tweede wereldoorlog onderging Nederland evenals andere landen de invloed van de mondiale recessie na de Beurscrash van 1929. Minister president Hendrikus Colijn voerde de politiek van de harde gulden. Deze leidde wel tot een harde valuta, vermijdde de hyperinflatie zoals deze in Duitsland ontstond, maar veroorzaakte volgens sommige economen ook veel armoede. De Vereniging Nederlands Fabrikaat trachtte met de campagne Koopt Nederlandsche waar, dan helpen wij elkaar de economische neergang te keren. Mede door de armoede was ook in Nederland de opkomst van het nationaal socialisme mogelijk. Anton Mussert richtte de N.S.B op.

Onder invloed van de economische malaise en de gebroken geweertjes beweging werden budgettaire prioriteiten niet bij het toenmalige Ministerie van oorlog gelegd.

Het uitbreken van de oorlog

Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog in 1939 verklaarde Nederland zich opnieuw neutraal. Echter, op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland en België binnen. Het slecht bewapende Nederlandse leger werd snel door de Duitsers onder de voet gelopen (zie ook Duitse aanval op Nederland). Bij de Afsluitdijk, de Grebbeberg en de Moerdijkbrug bood het Nederlandse leger weerstand. Een Duitse luchtlanding bij Den Haag, bedoeld om het Nederlandse koninklijk huis en de regering gevangen te nemen, mislukte. Op 14 mei eisten de Duitsers de overgave van Rotterdam; de stad werd daarop overgegeven, maar werd toch gebombardeerd, met ca. 800 doden en 78.000 daklozen tot gevolg. Er werd van gezegd van dit door een communicatieprobleem veroorzaakt was. Na dit bombardement capituleerde het Nederlandse leger, maar de strijd werd in Zeeland nog enkele dagen voortgezet, totdat een bombardement op Middelburg ook de overgave van Zeeland forceerde. De koninklijke familie was reeds gevlucht naar Engeland.

De hoop was dat de Fransen en Engelsen snel Nederland weer zouden bevrijden, maar na de evacuatie uit Duinkerken, waar de gealliëerden maar ternauwernood aan omsingeling ontsnapten volgde de capitulatie van Frankrijk. Het nieuwe bewind in Vichy ging met de Duitsers samenwerken (collaboratie). Ook de regering van Minister-president de Geer werd uitgenodigd terug te keren en hij wilde daaraan gevolg geven. Koningin Wilhelmina zinde dat allerminst. De Nederlandse marine en handelsvloot waren van groot belang voor de Engelsen en dan was er nog Indië met al zijn olie. Frankrijk moest later Indochina van de Duitsers aan Japan overdragen en Wilhelmina was bang dat hetzelfde met Indië zou gebeuren. Zij ontsloeg op eigen houtje haar premier en stelde een andere aan (Gerbrandy) die wel door wilde vechten.

Jodenvervolging

Al snel na de invasie begon de Jodenvervolging. De Duitsers stelden een bestuur in onder de Oostenrijker Seys-Inquart. Zij stelden ook een "Joodsche Raad" in. Dat was voornamelijk een manier om de indentificatie van joden en deportaties effiënt te organiseren. Een aantal aanzienlijke mensen uit de diamanthandel werden voor het karretje gespannen om deze 'Raad' te organiseren en de joden werd voorgehouden dat ze veilig waren, als ze maar braaf zich kwamen registreren. Er waren maar weinigen die daar niet op ingingen, veelal omdat dat 'de joodse gemeenschap in gevaar zou brengen'. Er was ook uit de Nederlandse bevolking in deze tijd nog weinig verzet en een eventuele overwinning van de gealliëerden leek nog ver weg. Zodra de Duitsers genoeg informatie hadden viel het masker, werden alle beloftes gebroken en begonnen de deportaties. In 1942 werd nabij Westerbork een doorvoerkamp voor Joden ingericht; ook bij Vught en Amersfoort verschenen Duitse concentratiekampen. Aan het eind van de oorlog waren nog slechts 30.000 van de oorspronkelijke 140.000 Nederlandse Joden over. Onder de slachtoffers is Anne Frank, die later beroemd werd vanwege haar dagboek, geschreven terwijl ze ondergedoken zat. De reactie onder de Nederlandse bevolking was een staking uit protest tegen de deportaties (de Februari-staking). Hoewel het niets uitrichtte, was dit toch een flinke streep door de rekening van Seys-Inquart, omdat zijn opzet geweest was èn de joden te deporteren èn de Nederlanders voor de nazi zaak te winnen. Vanaf deze tijd hielden de nazi's op een fluwelen handschoen te gebruiken.

Onderdrukking en verzet

Er werd 'Arbeitseinsatz' ingesteld, waarbij iedere man tussen 18 en 45 verplicht werd in de Duitse fabrieken te gaan werken (die iedere nacht gebombadeerd werden). De mannen die dit niet wilden, moesten onderduiken. Er werd ook zo veel mogelijk voedsel en andere goederen uit Nederland weggesleept zodat de rantsoenering (de bonkaart) een middel werd om de bevolking in bedwang te houden. Wie iets verkeerd deed, zoals onderduiken, kreeg op die manier automatisch niets te eten. Joden als onderduikers hebben was extra gevaarlijk. Er stond de doodstraf op. Een derde van de mensen die dat geprobeerd hebben, hebben de oorlog niet overleefd.

De Atlantik wall, een gigantische kustverdedigingslinie die het Duitse oppercommando lang de gehele Europese kust liet aanleggen van Zuid-Frankrijk tot Denemarken, werd ook In Nederland aangelegd. Sommige woonplaatsen, zoals Scheveningen, werden hiervoor ontruimd. In den Haag worden 3200 woningen afgebroken en 2594 ontmanteld. 20.000 huizen worden ontruimd, 65.000 mensen moeten verhuizen.

De censuur zorgde dat radio en kranten alleen het door de Duitsers goedgekeurde nieuws mochten brengen. Uiteraard was dit alleen voor de Duitsers positief nieuws. Deze nieuwsberichten konden niet helemaal het ongunstige verloop van de oorlog verbergen, immers de Duitse 'overwinningen' in Rusland kwamen steeds dichter bij Duitsland te liggen. Naar radio oranje, Nederlandstalige uitzendingen uit Londen, mocht niet geluisterd worden.

Deze onderdrukkingsmaatregelen stimuleerden het verzet. Illegale kranten met nieuws van Radio Oranje werden verspreid. Knokploegen pleegde overvallen om bonkaarten in handen te krijgen, om hiermee onderduikers van voedsel te voorzien.

Na een aanslag bij Putten op een Duits officier werd de gehele mannelijke bevolking van deze plaats zonder proces gedood.

Niet alle Nederlanders verzetten zich actief of passief tegen de Duitse bezetting. De genoemde N.S.B. collaboreerde actief met de Duitse bezetters. Ook waren er Nederlanders die zich vrijwillig meldden voor deelname aan het Duitse leger en zelfs voor de S.S.

Het laatste jaar

Na de geallieerde landing in Normandië in juni 1944, rukten zij snel op richting de Nederlandse grens. In september van dat jaar werd via de "operatie Market Garden" getracht bruggen over de grote rivieren te veroveren; in Arnhem mislukte dit echter. De dinsdag van 5 september staat bekend als Dolle dinsdag: De Nederlanders, gelovend dat de bevrijding op handen was, begonnen feest te vieren. Het deel van Nederland boven de grote rivieren moest echter nog tot het volgende jaar wachten.

Echter niet heel zuid-Nederland werd bevrijd: Op Walcheren heersten de Duitsers nog. Van hieruit beheersten zij de toegangsweg tot de havenstad Antwerpen. En het geallieerde leger had een grote aanvoerhaven nodig: de havens in Normandie waren te beperkt en te ver. Op 24 oktober nam de Canadese 2e divisie na zeer felle gevechten de Kreekkrakdam. De volgende dag konden zij het plaatsje Rilland Bath bevrijden. De Schotse 52e Lowland Divisie landde op de zuidkust van Zuid-Beveland. Pas op 30 oktober was geheel Zuid-Beveland bevrijd. Om de toegangsweg naar Antwerpen open te stellen was ook Walcheren nodig. Maar de sterke Duitse verdediging maakte een landing hier een hachelijke zaak. Daarom werden op 3 oktober de dijken van Walcheren bij Westkapelle gebombardeerd. Walcheren kwam onder water te staan. Ondanks waarschuwingen aan de bevolking met pamfletten, vonden 180 inwoners van Westkapelle de dood. Ook de dijken bij Vlissingen en Veere werden gebombardeerd.

De Nederlandse regering had in 1940 geen gebruik willen maken van de aloude Hollandse waterlinie. Het was nog steeds mogelijk Holland tot een eiland te maken, maar dit eiland bevatte nu de randstad. Er waren te veel mensen om in leven te houden. Hitler echter gaf het bevel dat de Festung Holland tot iedere prijs gehouden moest worden. De winter van 1944 op 1945 was bovendien erg streng, en dit leidde tot hongertochten en mensen die stierven van honger, uitputting, kou of ziektes. Deze winter werd bekend als de Hongerwinter.

Op het eiland Texel kwamen achthonderd Georgiërs, die daar deel uitmaakten van het Duitse leger, op 5 april 1945 in opstand. Hun opstand werd door het Duitse leger na vijf weken strijd neergeslagen. 565 Georgiers, 120 Texelaars en 800 Duitsers kwamen om. De 228 overlevende Georgiërs zijn na de oorlog naar hun vaderland teruggekeerd.

Op 5 mei 1945, na grote gealliëerde overwinningen in Duitsland en elders, gaven de resterende Duitse troepen in Nederland zich over in hotel De Wereld in Wageningen.

Indië

Op 10 januari 1942 waren de Japanners Nederlands-Indië binnengevallen. De Nederlandse admiraal Karel Doorman ging op 27 en 28 februari 1942 met een geallieerd eskader onder zijn bevel ten onder in de slag in de Javazee. Nadat Japanse troepen geland waren op Java, gaven de Nederlanders zich over op 1 maart van dat jaar. De Nederlanderse soldaten werden gevangengezet in werkkampen. Later werden alle Nederlanders geïnterneerd in kampen, de zogenaamde jappenkampen. Ook werden sommigen tewerkgesteld aan de Birma spoorweg. De Nederlandse onderzeeërs vochten aan geallieerde zijde door. Zij maakten als deel van de geallieerde strijdkrachten jacht op Japanse olietransporten van Indië naar Japan en op troepen- en wapentransporten van Japan naar de strijd op o.a. Nieuw-Guinea. De Japanners gaven zich over op 15 augustus 1945, nadat de Amerikanen twee atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki hadden geworpen.

Na de oorlog

Na de oorlog werden in sommige plaatsen mensen, waarvan men meende dat zij tijdens de oorlog de Duitsers geholpen hadden, zonder vorm van proces gedood of op andere wijze gestraft bijltjesdag. Anderen werden door het ministerie van Justitie veroordeeld, bijvoorbeeld de drie van Breda.

De banktegoeden van omgekomen Joodse landgenoten zijn nog een halve eeuw onderwerp van procesgang.

De tweede wereldoorlog heeft diepe sporen in de Nederlandse samenleving nagelaten. Jaarlijks vindt de dodenherdenking plaats. Maar ook onder de levenden zijn er velen, die emotionele wonden hebben opgelopen, zowel in de eerste als in de tweede generatie. In het jaar 2000 verstrekte de Pensioen en Uitkeringsraad nog jaarlijks een uitkering aan 24.000 mensen (waaronder ook slachtoffers uit latere oorlogen, zoals in Korea). (nog verder uit te werken).

Zie ook

Te verwerken en uitbreiden:
  • naoorlogse berechting (inclusief 'mis'rechting)
  • NSB kinderen.
  • Aantallen slachtoffers per categorie (burgers/soldaten/bombardementen/joods/Indie/marine/verzet/nsb/arbeitseinsatz/duitse leger/).
  • oorlogsbegraafplaatsen
  • uitbreiding lijst kampen



Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.