Nationalisme is een gevoel dat bij een volk leeft doordat men zich met elkaar verbonden voelt door godsdienst, cultuur, taal, landsgrenzen of gemeenschappelijke voorouders.
Het verschijnsel nationalisme kwam op met de opkomst van de natie. Vaak wordt dit ook gebruikt door een kleinere groep om zelfstandigheid te vragen en zich af te scheiden van een grotere natie.
Volksnationalisme: deze vorm van nationalisme wordt gekenmerkt door het legitimeren van de staat als staatskundige expressie van de natie of etnie die ze vertegenwoordigt. De staat vertegenwoordigt een volk. Een schoolvoorbeeld is o.a. Duitsland, dat met het volksnationalisme zijn eenmaking kon legitimeren.
Het Franse staatsnationalisme legitimeerde de annexatie van o.a. de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Franse Revokutie
Het Griekse volksnationalisme leidde tot de onafhankelijkheid van Griekenland in 1821-1828.
Het Belgische staatsnationalisme leidde tot haar onafhankelijkheid in 1830
Het Italiaanse volksnationalisme leidde tot haar unificatie van 1860 tot 1870.
Het Duitse volksnationalisme verenigde de Duitsers uit de verschillende Duitse staatjes in 1870, maar ontaarde in een combinatie van agressief expansionistisch staatsnationalisme én volksnationalisme onder Adolf Hitler ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.