De Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) was een nationaal-socialistische partij in Nederland. Omdat de NSB tegen een democratie met politieke partijen was, noemde zij zich consequent een beweging in plaats van een partij. Geschiedenis
De NSB is op 14 december 1931 opgericht door Anton Mussert en Cees van Geelkerken. De NSB was een extreem-rechtse, anti-parlementaire en autoritaire partij, die veel waarde hechtte aan een sterke leider. Later zou de partij, onder invloed van de ontwikkelingen in Duitsland onder leiding van Adolf Hitler steeds verder radicaliseren, waarbij steeds meer anti-joodse standpunten werden ingenomen.
De NSB kende al snel diverse gelieerde organisaties, waaronder de ordedienst Weer Afdeling (WA), een jongerenbeweging, een landbouwbeweging, een dagblad (Het Nationale Dagblad) en een weekblad (Volk en Vaderland).
Leden van de NSB spraken elkaar aan met kameraden en groetten elkaar met de fascistengroet en de woorden Hou Zee. In Lunteren werd eenmaal per jaar een partijbijeenkomst gehouden.
Leden van de NSB waren regelmatig betrokken bij vechtpartijen. Ook in de Tweede Kamer moesten de leden van de NSB regelmatig tot de orde worden geroepen wegens verbaal en fysiek geweld.
De NSB was voor het ontstaan van een Groot Nederland, waarin Nederland zou worden samengevoegd met Belgisch en Frans Vlaanderen. Verder was de partij voor het afschaffen van de parlementaire democratie: in plaats daarvan zouden verschillende maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd moeten zijn in het bestuur.
De partij pleitte ook voor een verbod op stakingen en een werkplicht voor iedereen.
Vanaf ongeveer 1936 werden de standpunten van de NSB steeds openlijker anti-semitisch. Dit kwam vooral door Rost van Tonningen, die steeds meer invloed kreeg. Rost van Tonningen was een fanatieker nationaal-socialist dan Mussert en een grotere anti-semiet. Door de invloed van Rost van Tonningen ging de NSB steeds meer de koers van de Duitse NSDAP volgen.
Na de Duitse inval in Nederland werden alle politieke partijen behalve de NSB verboden. De NSB werkte openlijk samen met de bezetters en pleitte onder meer (vergeefs) bij de Duitse bezetter voor een samenvoeging van Nederland, België en Frans Vlaanderen tot een Groot Nederland binnen het Duitse Rijk.
Direct na de oorlog werd de NSB verboden. Veel van haar leden werden wegens collaboratie met de vijand veroordeeld: sommige kopstukken (waaronder Max Blokzijl en Anton Mussert) werden ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.
Aanhang
De NSB had vooral aanhangers onder de middenklasse: middenstanders, ambtenaren en kleine boeren. Ook sommige beter gesitueerden (hoge officieren, ondernemers, vrije beroepen) waren lid. In het begin waren ook joden lid van de partij. Bij de Statenverkiezingen in 1935 haalde de NSB 8% van de stemmen: bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer twee jaar later was de aanhang al weer gedaald tot 4%. Dit had alles te maken met de nieuwe koers die onder Rost van Tonningen was ingezet en waardoor de aanhang in snel tempo afnam. Ook werd het verboden voor ambtenaren om lid te zijn van de NSB en voerde de regering een anti-NSB campagne.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog steeg het aantal leden tot ongeveer 100.000.
Een deel van de informatie op deze pagina, of een eerdere versie, is met toestemming overgenomen van www.parlement.com