De techniek die het mogelijk moet maken te werken met deeltjes in de orde van grootte van een nanometer, één miljardste meter. Met een nanomachine moet het mogelijk worden om losse atomen of moleculen op een rij of in een bepaald patroon te plaatsen. Nanotechnologie begeeft zich op het snijvlak van natuurkunde en scheikunde. Het basisidee achter nanotechnologie is dat als de samenstelling van een stof bekend is, het mogelijk moet zijn om de stof te maken door de juiste bouwstenen samen te voegen. Dit idee werd in 1959 geuit door de Amerikaanse natuurkundige en Nobelprijswinnaar Richard Feynman.
Onderzoekers slaagden er in 1990 in een aantal xenonatomen zodanig op een nikkelkristal te schikken dat ze samen de letters IBM vormden - het bedrijf waar de onderzoekers werkten. Dit werd gezien als een eerste stap; in de toekomst - enthousiasten spreken over deze eeuw - zou het mogelijk moeten zijn elke stof te maken met nanotechnologie. Aardolie, diamant, vezels, water - het zou de oplossing van schaarste kunnen zijn.
Men vermoedt een eerste toepassing te vinden in de verdere minituriasering van chiptechnolgie.
De techniek
ruimte voor verdere invulling