Mozes (Hebr. Mosje) was de leider van de Israëlieten bij de uittocht uit Egypte, de stichter van Israëls godsdienst, de wetgever en de aanvoerder tijdens de doortocht door de woestijn tot aan de grenzen van Kanaän. Op grond van Ex. 1:11 dateert men hem gewoonlijk in de 13de eeuw v.C. Volgens Ex. 2:1 vv. stamde hij uit Levitische ouders en werd hij als vondeling opgevoed aan het hof van een farao. Volgens Ex. 3:1 vv. werd hij bij de godsberg Horeb (Sinaï) geroepen om zijn volk te verlossen. In het vervolg van de geschiedenis wordt gewag gemaakt van de steun die Mozes' broer Aäron als spreker bood tegenover de farao, van de tien plagen van Egypte en van de doortocht door de Rode Zee. Een belangrijk deel van de veertig jaar tussen de uittocht en de intocht werd doorgebracht in de steppe van Kades-Barnea. Toen het zwervende volk ten slotte Kanaän in bezit nam, was de leiding overgenomen door Mozes' dienaar Jozua, want Mozes zou op de berg Nebo het beloofde land wel zien, maar niet daarin binnentreden.
Volgens Deut. 34:1-12 stierf Mozes hier in de ouderdom van 120 jaar. De traditie beschouwt hem als de auteur van de Torah (Pentateuch), zodat de gehele wetgeving van Israël door zijn autoriteit werd geschraagd. Moderne bijbelwetenschap beschouwt overigens de Pentateuch als het resultaat van verschillende tradities, die pas relatief laat tot een geheel zijn samengevoegd.