Overeenkomst tussen nazi-Duitsland en de Sovjetunie, getekend op 23 augustus 1939 te Moskou, genoemd naar de ondertekenaars: de Duitse minister van buitenlandse zaken Joachim von Ribbentrop en zijn sovjet-collega Vjatsjelav Michajlovitsj Molotov. Het pact was een non-agressieverdrag, waarin de twee landen afspraken elkaar niet aan te vallen, en dat ook niet te doen als een van beide door een derde land zou worden aangevallen. Voor de Duitse leider Hitler was dat laatste van groot belang. Duitsland was van plan Polen binnen te vallen, waarvan de neutraliteit gegarandeerd werd door het Verenigd Koninkrijk. Een Engelse reactie was dus te verwachten, en om een oorlog op twee fronten te voorkomen werd het verdrag gesloten met de communistische vijand.
Het non-agressie-verdrag bleek slechts een deel van het pact te vormen. In een aantal geheime protocollen (aanhangsels) werden afspraken gemaakt over de grenzen van de invloedssferen van de twee na een toekomstige 'territoriale en politieke herschikking'. Polen werd tussen de twee ondertekenaars verdeeld, de Baltische staten Estland en Letland kwamen in de Sovjet-sfeer, evenals delen van Roemenië, Bessarabië en een deel van de Boekowina.
Een week na de ondertekening viel Duitsland Polen binnen en begon de Tweede Wereldoorlog. In 1941 brak Duitsland de afspraak en viel het alsnog de Sovjetunie aan.
Externe link