Aan het eind van zijn levensduur was de omvang van Mir 33 x 31 x 27,5 m en de massa omstreeks 140 duizend kilo. In totaal zijn er ruim honderd ruimtevaarders aan boord geweest. Sinds de lancering van de eerste module heeft Mir ruim 360 duizend maal rond de aarde gedraaid op een gemiddelde hoogte van 375 kilometer.
Codenaam 'Phase One'
De Amerikaanse president George H. W. Bush en zijn Russische collega Boris Jeltsin kwamen in juni 1992 overeen dat beide naties zouden samenwerken bij het verkennen van de ruimte. Het eerste resultaat daarvan was dat er een Amerikaan aan boord klom van Mir en er twe Russische kosmonauten aan boord van de Space Shuttle gingen. Deze samenwerking, waarbij de Amerikanen veelvuldig gebruik maakte van Mir, werd bekend onder de codenaam 'Phase One' (Eerste fase).
Ruim een jaar na de overeenkomst kondigen Al Gore en Viktor Chernomyrdin in september 1992 de plannen voor en nieuw ruimtestation aan: Phase Two (Tweede fase). Hiermee was de basis voor het International Space Station (ISS) gelegd.
Problemen met Mir
De laatste jaren had Mir regelmatig problemen. Op 23 februari 1997 brak er brand uit aan boord en scheelde het weinig of de complete bemanning had het ruimtestation moeten verlaten (daarvoor was een Sojoez reddingsschip beschikbaar). Vier maanden later kwam Mir in botsing met een onbemand Progress vrachtschip, waarbij een gat in de romp sloeg en een deel van Mir moest worden afgesloten. Andere problemen waren de energievoorziening die regelmatig uitviel en de temperatuur, welke in de Kvant II module regelmatig opliep tot meer dan 40 graden Celcius. Gebrek aan vertrouwen, coördinatiestroringen en taalproblemen verergerde de problemen nog eens.
Terugkeer naar Aarde
Met behulp van een op 27 januari aangekoppeld Progress vrachtschip wordt tussen 7 maart en 21 maart Mir in een lager gelegen baan gebracht op 220 kilometer. Plotseling treedt er een nieuw probleem op; Mir begint langzaam te tollen. Omdat het stabieliseren erg veel brandstof zou kosten wordt dit uitgesteld tot de laatste dag voor de impact. In Japan, Nieuw-Zeeland en Australië onstaat grote onrust over de schade die eventueel op land neerstortende brokstukken zouden aanrichten. Om deze onrust weg te nemen wordt er voor 2 miljen dollar een verzekering afgesloten die eventuele schade dekt. Op 23 maart duikt Mir met een snelheid van ongeveer 8 m/s de dampkring binnen. Door de grote plotselinge afremming door de toenemende luchtdruk en de hoge temperatuur breekt het schip in stukken en sommige onderdelen verbranden. Vanaf de Fiji eilanden zijn de verbrandende delen goed zichtbaar. Over een gebied van zo'n 5000 kilometer lang en 200 kilometer breed op 4000 kilometer ten oosten van Nieuw-Zeeland komen de brokstukken neer in de Grote Oceaan.